• Meetjesland

Een spannend oorlogsverhaal…

INLEIDING
De ‘dodendraad’ is de elektrische draadversperring die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers werd opgericht (gespannen) op de grens tussen België en Nederland om te verhinderen dat burgers via onze noorderburen zouden vluchten naar Engeland of verder. Het werd voor de buurtbewoners een gevaarlijk spelletje om deze draad bij het oversteken tóch te ontwijken met alle mogelijke listen en hulpmiddeltjes. 
Vooral in onze grensstreek tussen Knokke over Sint Laureins tot voorbij Zelzate vonden niettemin nog 1.000 personen de dood bij deze gevaarlijke uitdaging. 
Hierna het (ingekorte) verhaal over een bijna onbekend hoofdstuk dat 100 jaar geleden in onze contreien voor zowel ellende als inventiviteit zorgde. 

IJzeren gordijn
Hoewel de Duitsers in het Meetjesland de meeste bruggen over het Leopoldskanaal al hadden opgeblazen, vooral om te voorkomen dat men nog naar Nederland zou vluchten en om de smokkel tegen te gaan, bleef de bewaking van de grensstreek zo lek als een zeef. Daarom beslisten ze  in 1915 de grens tussen België en Nederland, vanaf het Zwin bij Knokke hermetisch af te sluiten. Er kwam een soort ijzeren gordijn, in de streek nog steeds vol afschuw ‘den draad’ genoemd: drie rijen boven elkaar met palen en prikkeldraad, tussen de 2 en 5 meter hoog. De middelste van de drie rijen draad stond onder stroom. 
In Maldegem begonnen de Duitsers op 17 juni aan de klus en op 7 juli was die al geklaard, door opgeëiste mannen. Sommigen van hen maakten van de gelegenheid nog vlug gebruik om alsnog naar het neutrale Nederland te vluchten…
Omdat elektriciteit in 1915 compleet nieuw was voor de bewoners, plaatsten de ‘hoffelijke’ Duitsers waarschuwingsborden en aanplakbiljetten om te waarschuwen dat een aanraking van de onder stroom staande ‘draad’ dodelijk was. In bewoond gebied werd ook een beschermend gaas geplaatst, zodat dieren en kleine kinderen niet bij de draad konden. Toch zou die draad veel onschuldige slachtoffers maken, onder wie ook kinderen. Soms zelfs als bvb. bij het maaien van het gras per ongeluk de middelste draad werd geraakt. Maar ook Duitse deserteurs bleven aan de draad hangen. 
Vindingrijk
De Duitsers lieten de draad bewaken door oudere soldaten die eigenlijk niet geschikt waren voor de strijd aan het front. Toen de nood aan soldaten te groot werd, plaatsen de Duitsers houten poppen die de mensen moesten afschrikken.  
Toch kon de draad de smokkel van voedsel, brieven of geheime informatie (over de Duitse bezetter) niet beletten. De inventiviteit van de bevolking kende geen grenzen om veilig voorbij de draad te komen. Sommigen schoven een fietsband tussen de draden en kropen er zo, beschermd door het isolerende rubber, dwarsdoor. Informatie, o.a. liefdesbrieven,  werd gewoon over de draad gezwierd. Een houten ton of een speciaal gemaakt houten kader hielp ook, of men groef een kuil onder de draad of men werkte met een opengesperde dubbele ladder. Sommigen leerden polsstokspringen om zo over de versperring te geraken. In de grenstreek waren aldra “passeurs” aan de slag: streekbewoners die oorlogsvrijwilligers, spionnen of smokkelaars tegen betaling voorbij de draad hielpen. Er viel ook mooi geld mee te verdienen: tot 25 frank per persoon.
Later zou de Engelse spionagedienst speciaal geïsoleerd materieel ter beschikking stellen. 
Brievensmokkel 
met dieren
Tijdens het Oorlog was er nauwelijks contact tussen de Belgische soldaten achter het front en hun familie in bezet Vlaanderen. Een brief of kaart sturen was onmogelijk. Daarom ontstond al snel een speciaal postsysteem. Belgische soldaten stuurden hun post via Engeland naar een adres vlak aan de grens in Nederland. Daar werd de post voor de Vlaamse families opgehaald door brievensmokkelaars, die op gevaar van eigen leven in onze streek het Leopoldkanaal overzwommen en dan ‘den Draad’ door moesten om de brieven af te leveren. 
Ook dieren werden ingezet om brieven over te brengen. Een familie uit Assenede had een hond die onder de prikkeldraad ging. Hij had een speciale halsband aan en er staken brieven in. De Duitsers konden deze niet vinden, bang als ze waren om de hond aan te raken. Het was een Groenendaler...
Omdat ook duiven werden ingezet om brieven en informatie over de grens over te krijgen gaven de Duitsers in 1915 het bevel om in de beide Vlaanderen alle duiven een stuk van hun vlerken af te snijden, zodat ze niet meer konden vliegen. 
Zwemmen
Een van de bekendste brievensmokkelaars was Victor Cocquyt uit Knesselare. ‘s Nachts sloop hij door de bossen van Kleit en Maldegem naar de grens, kleedde zich uit, bond zijn kleren op de rug en zwom het Leopoldskanaal over. In Nederland ging hij eerst iets warms drinken om daarna bij de postmeester van Eede zijn lading brieven voor de jongens achter het front op te halen. Daarna volgde de tocht terug naar Knesselare. Hij deed dat twee tot drie keer per week. Hij nam ook belangrijke geheime informatie mee over de Duitse troepenbewegingen. In 1916 werd hij aangehouden, nadat de Duitsers een brief vonden in zijn schoenzool. Omdat ze wilden weten hoe hij de brieven overbracht, lieten ze hem het Leopoldskanaal overzwemmen. Ze moesten er hem evenwel snel uithalen, toen ze merkten dat hij wou ontsnappen. Hij kreeg 5 jaar strafkamp in Duitsland, maar kon al snel, tot twee keer toe, ontsnappen. Terug in ons land dook hij onder in Brussel en vluchtte uiteindelijk met zijn familie via Nederland naar Engeland.
Schaapherder
De Duitsers probeerden al dat smokkelen wel te stoppen, onder meer met ‘den Draad’, maar de grens bleef een kaas vol gaten. Brieven werden met pijl en boog over ‘den Draad’ geschoten of met vliegers naar de overkant gezweefd. Vandaar een nieuwe maatregel: vanaf juli 1916 moest iedereen die op 200 meter van de grens woonde, verplicht verhuizen. Dat gebeurde ook in Sint-Laureins. Toch haalde de vindingrijkheid het vaak op de Duitse controlezucht. De Boekhoutse schaapsherder Charles-Louis Buysse, in de volksmond ‘den houten poot’ genoemd, mocht van de Duitsers dagelijks de grens oversteken om zijn schapen te hoeden in de Nederlandse Braakman. Zo bracht hij tientallen brieven over de grens... verstopt in zijn houten been. Geregeld werden Duitsers ook omgekocht om op bepaalde uren niet op bepaalde plaatsen te zijn, of ook om... gewoon de stroom op ‘den Draad’ af te zetten.

----------

 

Herdenking
Om de slachtoffers van de Dodendraad te herdenken heeft de Stichting Verhalis een fietsroute langs de grens tussen Nederland en België gerealiseerd en worden witte krokussen geplant langs de grens om de dodendraad en haar slachtoffers te symboliseren.
Onder andere de Meetjeslandse gemeenten Damme, Maldegem, Sint-Laureins, Assenede, en Zelzate zijn partner in het project, samen met de Nederlandse grensgemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen. Binnen al deze gemeentes zijn weer vele heemkundige kringen, lagere scholen en andere organisaties enthousiast om deel te nemen en om mee te helpen met het planten van de krokussen.
Op zaterdag 6 oktober gaat vanaf 10 uur een volledig programma door aan de Vredekaai (aan de Jachthaven) in Zelzate met om 11.20 uur de onthulling van een informatiebord,  gevolgd om 11.30 uur door de plantactie. Deelname door diverse notabelen uit beide grensstreken.
Meer info over het project vindt u op de website: 
http://verhalis.nl/projecten.php?project=58.