Girowinnaar Johan De Muynck (Waarschoot) openhartig over koersafspraken in de criteriums.

Voilà. Dat werd deze week nu ook voor eens en altijd duidelijk: de wielercriteriums die meestal na de Ronde van Frankrijk her en der te lande plaats vinden, worden zelden gewonnen door de beste. Dat wordt vooraf door de renners en organisatoren onder elkaar bedisseld.
Dat zei vorige week Eddy Mattens in ‘Het Nieuwsblad’. De man organiseert de N8, een criterium in Brasschaat en maakte zich sterk: “Ik wil vanaf nu een koers waar alleen de beste wint”. In het milieu worden deze uitspraken hem niet in dank afgenomen.
Nochtans.
“Die afspraken tussen organisatoren van criteriums en renners zijn van alle tijden,” getuigt Johan De Muynck. Hij is een autoriteit in het milieu en altijd recht voor de vuist. Hij was in 1978 de laatste Belgische winnaar van de Ronde van Italië.

Liefst grote naam
De uitspraken van Eddy Mattens waren er niet naast in ‘Het Nieuwsblad’: “Ik ben het kotsbeu dat organisatoren van criteriums met de renners afspreken wie moet winnen. Dat is volksverlakkerij.”
De praktijken werden prompt bevestigd door Eddy Planckaert. “We hadden eens  afgesproken dat ofwel ikzelf of Moser zou winnen, maar een ongelukkige koos voor een ogenblik persoonlijke glorie. Het heeft hem achteraf niet goed bekomen. Hij won nooit meer…”
De Muynck :“Ik heb het ook genoeg meegemaakt dat het de organisator was die voor de koers een winnaar vooruitschoof. Als zo’n organisator veel geld betaalt om een vedette uit een grote ronde aan de start te krijgen van zijn criterium, dan heeft hij ook het liefst dat die grote naam op de erelijst van zijn koers komt.”
Johan reed tientallen criteria. Een van de laatste koersen die hij in zijn loopbaan won was het na-Tourcriterium in Ronse in 1981. “Ja, ik weet ook niet of ze toen nog content waren met mij als winnaar”, knipoogt hij. “Want oorspronkelijk was het niet zo voorzien. Maar het was niet omdat een organisator wenste dat die of die renner won, dat dat ook altijd gebeurde. Zijn woord was een wens, geen wet. Ik herinner me vooral dat het telkens blokken van enkele renners waren die het tegen elkaar opnamen. Als er een criterium in Limburg was, kon je er donder op zeggen dat de Limburgse renners er alles aan deden opdat een van hen de zege zou behalen. Hetzelfde als er een criterium was in Noord-Frankrijk of Bretagne, dan waren het Franse renners van de streek tegen de buitenlanders”. Ook in kermiskoersen stond blokvorming voorop. “Zelfs Eddy Merckx kwam nooit ergens alleen aan de start. Hij wou er altijd minstens vijf van zijn ploegmaats bij hebben, om het niet te moeten meemaken dat een plaatselijke pannenkoek met de zege zou gaan lopen. Regelmatig gunde hij zijn helpers ook een overwinning.”

Winstpremie
Destijds waren criteriums zeer populair. Schier ieder dorp organiseerde er jaarlijks wel een. En de plaatselijke middenstand schonk omwille van de publiciteit iedere ronde een premie voor de renner die dan telkens eerst over de meet kwam. De speaker van dienst moest de naam van de gulle schenker gewoon enkele keren per ronde omroepen.
De Muynck :“Tuurlijk werd er gepraat in de koers. Je moest er slim voor zorgen dat, als je niet in aanmerking kwam voor de zege, omdat er bijvoorbeeld veel snellere mannen dan jou mee waren, dat iemand jou dan nodig had in de finale, ofwel om een tegenstrever te gaan halen ofwel om de achtervolging lam te leggen. Ja, ook daarvoor werd dan betaald en stond de winnaar soms zijn winstpremie af. Zo kon het gebeuren dat een topvedette in de koers meer verdiende door een plaatselijke streekrenner te laten winnen in ruil voor diens winstpremies… In criteriums zorgde ik er meestal voor dat ik onderweg minstens enkele premies pakte, zodat ik toch niet met lege handen naar huis trok”. 

Merckx
Ook de immer eergierige Eddy Merckx was niet vies van een afspraakje. In een interview met ondergetekende in het jaar 1970, vertelde Eric De Vlaeminck ons een anekdote in dat verband.
In die tijd richtte de vader van Eric en Roger elk jaar een druk bijgewoonde veldrit in op de ‘sturten’ (zandheuveltjes) achter de Eeklose vaart. Vaders eigen kampioenen zorgden telkens opnieuw voor massale toeloop. Wie telkens niet kon gestrikt worden voor een deelname was Eddy Merckx, bang als hij was dat een ongelukkige val in deze vrij tumultueuze discipline, zijn zesdaagse-seizoen zou hypothekeren. Maar éénmaal deed hij mee, in dat jaar 1970 . De wereldpers was prompt in Eeklo aanwezig.
Eric, op dat moment regerend wereldkampioen cyclocross,  vertelde ons hoe hij dat aan boord had gelegd. In een criterium zat hij eens samen met Merckx op kop. Merckx vroeg of hij mocht winnen? Eric zei “akkoord, als je in Eeklo komt meerijden in onze cyclocross.”
En zo geschiedde. Gekoppeld aan Eric in deze voor de eerste maal georganiseerde duo-cross mocht Merckx zijn eerste overwinning van ooit twee veldritten op zijn erelijst bijzetten.

Piet De Baets