• Meetjesland
28/11/2021

Op 1 december start Taptoe zijn 50ste jaargang !
Piet De Baets (75) is een halve eeuw uitgever van Taptoe (en nog zoveel meer):
“Ik toonde 50 jaar lang wekelijks mijn succes-
formule, maar niemand kon Taptoe kopiëren !”
De Taptoe die u nu in handen houdt, is er eentje om te bewaren: het is het eerste nummer van de vijftigste jaargang van dit huis-aan-huisblad! Jawel, eind 1972 gaf Piet De Baets zijn allereerste Taptoe uit en nu zijn we ruim 2.300 nummers verder. Tijd om samen met de man achter het weekblad eens terug te kijken. En wie kon een interview met Piet-van-Taptoe beter afnemen dan oud-hoofdredacteur Marc Van Hulle, die bijna de helft van deze 50 jaar (tussen 1985 en 2009) zélf meemaakte en vorm gaf? Dit is het relaas van een gesprek van vele uren, maar ook een beetje van een samenwerking van bijna een kwarteeuw…
Ik heb al meer dan twaalf jaar mijn job bij Taptoe geruild voor een functie als manager PR & Communicatie in AZ Alma en in die tijd hoorde of zag ik Piet De Baets, mijn vroegere chef, nog slechts zelden. Maar eind september belde hij me op met een belangrijke vraag. Of ik bereid was om aan de hand van een interview een historiek te schrijven naar aanleiding van 50 jaar Taptoe? En of ik daarvoor een beetje (veel) tijd wou vrijmaken, want hij had veel te vertellen? Mijn antwoord was twee keer positief en een uitnodiging voor een bezoek aan huize De Baets in het fraaie kasteeldomein in Merendree volgde. Ik werd er verwelkomd door echtgenote Anne-Marie De Sonville (ooit de dokter van mijn hart), die voor de rest van de namiddag niet aanwezig bleef en dus ook hier op deze bladzijden het relaas zal moeten lezen. En met u zal vaststellen dat Piet, zelfs met 50 uitgeversjaren op de teller, scherper dan ooit uit de hoek blijft komen.
Piet, hoe groeide destijds het idee om met een eigen blad te beginnen?
“Ik was 26 en al een tijdje aan de slag als freelance journalist. Ik leverde artikels voor Gazet van Antwerpen, Het Rijk der Vrouw, Libelle, de Nederlandse Privé, Humo,… en ik vormde een vaste tandem met toenmalig Belgisch topfotograaf Fred Salinas. We interviewden vooral veel vedetten uit binnen- en buitenland, maar ik voelde dat er meer in zat, dat er een dimensie ontbrak.”
Hoe bedoel je?
“Wel, ik begon mijn artikels terzelfdertijd aan diverse media te verkopen: het cassettebandje met het interview verkocht ik aan het toenmalige Splinternieuws op de radio, ik schreef een eerste artikel voor een weekblad en een herwerkte versie voor een lokaal blad. En als het even meezat verkocht ik nog een tip over die vedette aan Echo, het veelbekeken programma op de toenmalige BRT. Ik gaf Jan Van Rompaey meerdere tips per week door en kreeg 500 frank (12.5 €) voor elke tip die de uitzending haalde. Als ik aan twee interviews per week kwam, verdiende ik redelijk mijn boterham. Die combinatie van meerdere keren hetzelfde onderwerp doorverkopen gaf mij het inzicht dat er nog meer inzat. ”
Twee per week, dat is ook niet doodwerken toch?
“Kijk, ik was jong en woonde in Antwerpen, een bruisende stad, begrijp je (lacht)? En ik heb een ‘trage’ stijl bij het uitschrijven. Zo moet ik (nog altijd) lang nadenken over de titel van mijn stukken, over de inleiding, over hoe ik ga eindigen en de lezer onderwijl ga vasthouden . Is dat dan een soort luiheid, ik zou het zo niet noemen, maar ik ben wel geen snelschrijver, zoals jij. Ik stond altijd versteld hoe ik je een artikel zag schrijven, bijna onmiddellijk na een persconferentie. Dat kan ik niet. Een stuk moet eerst wat rijpen en daarna begin ik te schrijven, soms een halve dag voor één artikel. Nu is dat met de computer, maar toen was dat op de typmachine, met Tippex om te corrigeren bij de hand… Dat ging toen allemaal zo snel niet hé!”
Maar het is duidelijk: toen al was er ontluikend commercieel talent?
“Dat klopt achteraf gezien, ik voelde dat ik mijn artikels gemakkelijk aan de man kon brengen. Niet alleen door aan meerdere media te leveren, maar ook door bepaalde onderwerpen aan de hoofdredacteur echt wel commercieel voor te stellen. Ik herinner mij hoe ik er voor het thuisfront in geslaagd was om “Te Voet door ’t Meetjesland” paginabreed uitgesmeerd in weekblad De Post te krijgen! Ik had aan de hoofdredacteur gezegd: daar komen zeker 5.000 mensen naartoe! Druk maar wat meer exemplaren, dat zal verkocht worden. Maar er werd niet naar geluisterd. Gevolg: alle exemplaren in de omtrek onmiddellijk uitverkocht. Ik begreep dat niet. Dat stoorde mij zelfs. Daarom dacht ik soms: mocht ik zelf uitgever zijn… Ik zou het beter doen.”
Maar de stap naar een eigen blad is toch nog zeer groot?
“Uiteraard. En ik had bovendien geen kapitaal om te starten. Mijn vader was huisdokter en kende geen commerce. Uitgeven, dat kende hij niet. Ik schreef ook stukjes voor de Eecloonaar en in de Streekkrant destijds, die las hij wel. Elke week een streekgebonden hoofdartikel dat veelal ophef maakte. Toen Frans De Vliegher, die begin van de Molenstraat een tapijt- en schilderswinkel uitbaatte, voor zijn deur op het voetpad een rode loper uitrolde, schreef ik als titel: ‘Frans De Vliegher veegt er zijn voeten aan!’ Bingo! Of: ‘bij Vera Matuszczak (optiekzaak) kom je buiten met twee glaasjes op’. Mijn artikels werden wel gelezen. Toen de uitgever van De Streekkrant me zei dat het aantal advertenties fors was toegenomen sinds ik voor hem schreef, begon er iets te dagen bij mij. Ik vroeg een beetje opslag (500 frank in plaats van 400 of 12,5 € ipv 10), maar dat pakte niet. Tja, dàt was dan precies de trigger die me deed besluiten dat ik het dan evengoed voor mezelf zou kunnen doen! Als het succes van een blad afhing van één artikel per week, dan zou ik toch beter meerdere artikels zelf schrijven voor een eigen blad? Taptoe was geboren! Korte tijd later werd ik vanaf dan de rest van de tijd de grootste concurrent van mijn vroegere Streekkrant-uitgever (lacht).”
Waar haalde je het startkapitaal voor Taptoe?
“Ik heb een lening van 700.000 frank (17.500 euro, mvh) gevraagd aan mijn vader, maar die was wel wat achterdochtig. ‘Wanneer ga ik dat geld ooit terugzien?’ vroeg hij. ‘Wanneer schik je winst te maken?’ Ik wilde om te beginnen (voorzichtig) om de 14 dagen verschijnen, in een huurhuis van mijn vader op de Roze (straat). En ik had uitgerekend dat zodra ik eens een nummer van 16 bladzijden zou kunnen uitgeven, ik al winst zou maken. In mijn wildste dromen was dat na een jaar of zo, en ik vertelde dat ook aan mijn vader. Maar na twee maanden was mijn achtste nummer al één van 16 bladzijden! Taptoe bleek meteen een schot in de roos, ik denk dat ik mijn vader na een half jaar alles terugbetaald heb.”

Vertel eens: vanwaar komt de naam ‘Taptoe’ eigenlijk?
“Toen ik in Leuven een paar jaar aan de universiteit zat, bestond er daar een huis-aan-huisblad ‘Passe-Partout’, dat ik van voor naar achter uitlas. Ik vond de naam goed klinken en zocht iets gelijkaardig. ‘Taptoe’ bleek achteraf gezien een zeer commerciële naam voor mijn blad en mijn uitgeverij. Maar toen ik jaren later met een befaamd jurist een lijvig boek over ‘Rechtsverhoudingen tussen echtgenoten’ uitgaf, besefte ik ook wel dat ik daar niet ‘Uitgeverij Taptoe’ mocht aan koppelen. Dat werd toen ‘Uitgeverij De Baets’, dat klonk deftiger. Patrick Dewael, de latere minister-president, was medeauteur en had mij daarop gewezen.“ (lacht)
Hoe komt het dat Taptoe meteen een schot in de roos was?
“Daar heb ikzelf al meerdere malen over nagedacht en er zijn wellicht verschillende redenen voor. Maar zonder het te beseffen heb ik toen een nieuw concept ontwikkeld, dat vrij uniek was in Vlaanderen: de combinatie van een wat gedurfde journalistieke stijl met advertenties. In Taptoe stond nooit opgewarmde kost, maar origineel nieuws, soms wat sensatie uit het Meetjesland, opgeklopte roddels… Mijn populairste rubriek toen was ‘De Roddeltante’…Ik was 50% journalist en 50% zakenman, blijkbaar een combinatie die je zelden tegen komt. Een zekere sensatiezucht heeft in Taptoe voor vele spraakmakende reportages gezorgd. Maar het was natuurlijk niet alleen dat. Ik deed zelf de baan, bezocht winkeliers, meestal op zaterdag en zondagmorgen, toen mijn concurrenten al gepasseerd waren en hun voorsprong hadden afgesloten. Ik verkocht nochtans een stuk duurder, maar mijn blad werd gretig gelezen en de adverteerders verkozen bij mij te staan. Bovendien was ik nog vrijgezel en kon ik naar zoveel mogelijk plechtige openingen en recepties gaan, soms zelfs drie op een avond in die tijd. Ik was overal aanwezig, sprokkelde veel nieuwtjes en deed aan networking. ‘Piet, ik ga je iets vertellen, maar ge moogt het niet schrijven’, zeiden ze dan. En de week nadien stond het in Taptoe!” (lacht)
In Taptoe stonden ook voor het eerst publireportages.
“Juist, je hebt er destijds ook genoeg geschreven hé? Eigenlijk heb ik dat een beetje uitgevonden: je schrijft over een handelszaak, die daarvoor betaalt maar zonder dat de lezer of concurrent doorheeft dat het om een betaalde reclame gaat. Onze stijl was het pure commerciële verhaal combineren met oog voor historiek, het ontstaan van de zaak met enkele leuke anekdotes en een paar foto’s uit de oude doos. En wat gebeurde er? De concurrent belde me op: ‘Hey Piet, wanneer ga je eens over ons schrijven?’ En toen antwoordde ik: ‘Volgende week, als je dat wilt, maar het kost wel …’ Toen werd het meestal stil aan de andere kant van de lijn: ‘Ha, ge moet daarvoor betalen?’ Voilà, opzet geslaagd en een pluim voor de auteur! Een instant succes van Taptoe waren al die tijd ook de moppen. Eigenaardig dat geen ander blad dat opneemt. Wij dus wel. En ik schrijf ze zelf, niet gelachen geld terug ! De inspiratie komt van overal, ook de scheur-
almanak levert ideeën, maar ik herschrijf ze tot vijfsterrenmoppen. Nu we een jaar lang onze vijftigste verjaardag vieren ben ik van plan de beste moppen te bundelen in een paar boekjes. Ik heb daar vraag naar, en ik heb er al meer dan 700 opgespaard...!”
Ik weet uit ervaring dat je ook minuscuul veel aandacht besteedt aan de opmaak van de advertenties.
Elk detail telt.
“Dat klopt en ben blij dat je dat opmerkt. Dat was al zo van in het begin. Op de redactie geven ze mij soms al lachtend “de kommavergroter” (lacht). Weet je wie de eerste advertenties van het warenhuis Nopri ontwierp? Inderdaad, Patrick Ysebaert, altijd een goede vriend met zot talent! Wanneer ik in die oude Taptoe-jaargangen blader en ik zie zijn advertenties, dat waren echte pareltjes. Hij was het trouwens ook die het vorige logo van Taptoe, dat 48 jaar meeging , met het bekende hoorntje, ontwierp.

Ik heb later nog vaker met Patrick samengewerkt, voor de lay-out van boeken, voor het Taptoe-kaartspel, voor de publiciteit van zijn toneelstukken, …”
Terug naar de redactionele invulling van Taptoe. Je was niet bang van een vleugje sensatie?
“Ik wilde nooit stukken die de week voordien al in de krant hadden gestaan, maar exclusieve reportages en primeurs. En ik geef toe, het werd al eens met een goed sensatiesausje geserveerd. Maar het werd daarom ook gretig verslonden. Enkele voorbeelden? Het geheimzinnig beest dat op de baan van Eeklo naar Bentille op een weide stond. Mijn schoonbroer Erik Matthijs, veearts en latere burgemeester van Eeklo, had er mij attent op gemaakt: het lijkt op een ezel, maar het knort als een varken, het lijkt op een paard maar heeft een langharige zwarte vacht en is evenhoevig, het heeft zelfs hoorns… Ik sprong onmiddellijk in de wagen en ging kijken. Ik belde fotograaf Michel Moens op om met zijn telelens foto’s te komen maken. Ik publiceerde erover een stuk in Taptoe en liet in het midden welk dier het wel was. Ook mijn schoonbroer wist het niet. Anna Pauwels van het tegelbedrijf in de buurt belde me een paar dagen later op: ‘Wat heb je nu weer uitgestoken? Dat is hier een pure begankenis, er staan hier files, er is hier zelfs iemand met een frituur komen postvatten!’ Twee weken heb ik erover geschreven. Ik had met de veeartsenijschool in Gent gebeld en hoorde dat het om een Yak uit een circus ging, die beestenkoopman Van Hoecke op de veemarkt van Anderlecht voor de leute gekocht had.”
Je schuwde ook een stukje bloot en erotiek niet?
“Neen! In Taptoe stond niet alleen de publiciteit van de (katholieke) cinema Gouden Leeuw, maar ook van de (veel liberalere) cinema Astrid, met af en toe een blote borst. En ook de reclame van het Ledeltheater in Oostburg, voor films met weinig aan de verbeelding overlatende foto’s die dan soms deels gecensureerd werden met een balkje. Collega ‘TamTam’ uit Knokke wilde die niet afdrukken, maar ik zag daar geen graten in. Integendeel, de jaren zestig hadden de zeden wat losser gemaakt en we behoorden tot het jonge geweld van na de oorlog. Pikante artikelen hadden succes. We publiceerden toen ook de hele historie rond de Sleutelclub, met onderzoeksrechter Guy Jespers en Ghislaine Clincke uit Eeklo als aangevers. Dat waren toptijden. En mijn artikel over het tekort aan naaktmodellen in de Eeklose Academie zorgde voor een opstootje: het bestaande naaktmodel wilde niet met foto in Taptoe, ze mocht niet van haar man. Maar ik publiceerde dan maar een schilderijtje van het naaktmodel, dat was in die tijd bijna porno avant la lettre !”
Aan Adriaan Van Landschoot had je ook een dankbare kluif?
“Ja, zijn Witte Huis in Adegem, zijn deelname aan Eurovisiesongfestivals met zijn vedetten, maar vooral zijn verboden zeezender Radio Atlantis, concurrent van Radio Veronica en Mi Amigo destijds. Dat was elke week topnieuws dat door de lezers werd verslonden. De bedelers van de Belgische Distributiedienst vertelden me dat de mensen buiten aan hun deur stonden te wachten op de nieuwe Taptoe met nieuws over Radio Atlantis. Niemand geloofde Adriaan ook dat hij het ging doen. De verboden radiozenders vanop zee, dat waren gouden tijden voor nieuwsmakers!”
Wat ons naadloos brengt bij een volgend item: ook in Taptoe bleef je vedettenieuws brengen?
“De mensen lezen dat graag. Dat was dan nog vóór de opkomst van de Story en Dag Allemaal. Ik bracht exclusieve interviews, die je nergens elders kon lezen. Ik was de eerste journalist die op bezoek mocht op het privé-eiland van Julio Iglesias. Toen ik later zelf een vrije radio begon (‘Tris’) bracht ik de Britse hitzangeres Helen Shapiro, bekend van ‘Queen for tonight’, naar Eeklo. Met wijlen Filip Legein, toenmalige uitbater van eerst het Withof in Knesselare en later restaurant Ambrosia in Eeklo, had ik een overeenkomst: als ik er met een vedette kwam eten voor een interview en ik schreef er nadien over in Taptoe, moest ik niks betalen. Er zijn er daar nogal wat de revue gepasseerd langs de Gentsesteenweg: Fats Domino met zijn orkest, Willeke Van Ammelrooy en Marco Bakker, Roger De Vlaeminck, Hollywood Oscarwinnaar Haing S Ngor van ‘The Killing Fields’, Rik De Saedeleer, Nand Baert, NAVO-secretaris en Hollands eersteminister Joseph Luns, enz. “
Je nam zelf ook veel initiatieven die uiteindelijk in bladzijden publiciteit resulteerden: ik herinner me de Handelskilometer in Maldegem en de 1 mei-avondmarkt in Eeklo.
“Ik heb altijd graag georganiseerd. Je vergeet dan nog ‘De Herdersstoet’ in Maldegem waar meer dan 6.000 kijkers naartoe kwamen. De 1 mei-avondmarkt organiseerde ik samen met Willem Bauwens (Tamboer) en ik zorgde telkens voor de aanwezigheid van een vedette. Absolute toppers waren de komst van Miss België en de aanwezigheid van Willeke Van Ammelrooy, het naaktmodel uit de Vlaamse film Mira. Het Meetjesland liep storm voor haar, wellicht dachten ze dat ze hier ook in hetzelfde ornaat….(lacht). Ik herinner mij uit die tijd ook de stichting van de Handelskilometer in Maldegem. Bij de start waren er toen acht winkels langs die baan gelegen, nu zijn er dat al 80 waarvan heel veel filialen van grote ketens. We waren toen trendsetters met onze handels-
kilometer “opendeurdagen”. We verlootten tickets voor een vlucht met de Concorde van Oostende naar Parijs. We haalden Betty van Big Brother naar Maldegem, enz.Een kusttreintje bracht bezoekers van winkelparking naar winkelparking.”
Iets anders: je hebt in de voorbije 50 jaar verschillende keren geprobeerd om het Taptoeverhaal ook in andere regio’s te lanceren, maar dat is geen groot succes geweest?
“Inderdaad, ik heb Taptoe-edities gelanceerd in Wachtebeke, Zelzate, Zeeuws Vlaanderen en Aalter… Ik heb ze na enkele jaren allemaal overgelaten of gestopt. Ik heb diverse bladen overgenomen, met als kers op de taart in 2008 de Eecloonaar met Meetjesland Express. Al heb ik met al die overnames en initiatieven nooit de successen van Taptoe geëvenaard.
Klanten waren tevreden over de respons op hun advertenties?
“Ongelooflijke successen hebben we geboekt. Ik kan duizend voorbeelden geven van adverteerders die betere zakencijfers draaiden door hun publiciteit in Taptoe. Laat me er eentje uitpikken: fietsen Vergauwe in Sint-Laureins. Danny en Ingeborg Vergauwe gaven mij meestal carte blanche voor de publiciteit voor hun opendeurdagen. Het was de bloeiperiode van...

... de elektrische fietsen en ik sloot een weddenschap af. Als zij minder dan 20 fietsen verkochten moesten ze niets betalen. Ik gokte op een dubbel blad publiciteit en ze verkochten er 72 ! In 3 dagen ! Ze hebben met plezier mijn 2 bladzijden betaald…(lacht)”
Het was bij jou ook altijd meer dan Taptoe: de uitvindingen, de immobiliën, de talrijke boeken, De Klapper…
“Ik kon niet stilzitten hé, nog altijd niet trouwens. Nadat ik met het Eeklose adresboek was gestart in 1978 heeft mijn mede-uitgever Richard D’Havé de reeks nadien met De Klapper verdergezet en succesvol uitgebouwd naar 16 edities. “Toen ik rond 2000 met een eigen zetterij en ontwerpbureau startte en op zoek ging naar extra zetwerk, klopte ik bij De Klapper aan en bereikte met zoon D’Havé snel een akkoord. Ik nam De Klapper over en breidde de adresboeken uit naar een project met meer dan 120 edities in heel Vlaanderen! 23 mensen had ik hiervoor in dienst. Honderdduizenden Klappers hebben we gedrukt en verdeeld. Toen bleek dat mijn dochter Emily een beetje profetisch een einde zag aan het verhaal wegens de opkomst van de social media ben ik er een paar jaar geleden dan ook uitgestapt. Wat de uitvindingen betreft heb ik lang financieel kunnen teren op mijn uitvinding van de Lotto-controlekaart, maar ik was nog te ‘bleu’ in de business om het succes via licenties op mijn patent wereldwijd te verzilveren. En de immobiliën, dat is gewoon een verhaal van beleggen. Ik heb samen met vriend Michel Calewaert en zijn expertise in de bouw overal in Vlaanderen 120 appartementen, 68 ondergrondse garages en 17 winkels gebouwd. En achteraf allemaal zélf verkocht. En de boeken die we samen hebben uitgegeven Mark! Ongeveer 120 titels, waaronder vooral 75 ”Gemeenten in oude foto’s”, streekverhalen (Smokkelaars, Roversbendes, Arme Klaren) en onze absolute topper “ Getuigenissen uit de concentratiekampen” (nr. 3 op de bestsellerslijst). Zonder uw medewerking had ik dat nooit alleen gekund!”

Amai, dat is toch een verhaal apart. Even terug naar 50 jaar Taptoe. Is er in die periode nooit een moment van twijfel of verkeerde aanpak geweest?
“Zeker. Al doende leert men, zegt het spreekwoord. Ik heb één keer zakelijk de bal misgeslagen. Dat was met de winkelgalerij Agora in Eeklo centrum, een project dat ik totaal verkeerd heb ingeschat. Nog voor de galerij volledig verhuurd was waren er al winkels die sloten. Er kwam te weinig volk langs. Misschien was Eeklo daar nog niet rijp voor?”
Klonken er champagnekurken ten kastele toen je aan de vooravond van 50 jaar Taptoe het wel uitzonderlijke nieuws kreeg dat je laatste concurrent als huis-aan-huisblad “De Wegwijzer” er definitief mee stopte?
“Eerlijk? Ik ben echt overvallen door dit nieuws en had het absoluut niet verwacht. Mijn carrière is destijds bij de Streekkrant begonnen, we hebben al die jaren een zeer goede relatie gehad, het waren faire concullega’s, hebben samen bestsellers uitgegeven en zelfs het laatste jaar hun “Wegwijzer” samen met eigen bedelingsteam verdeeld. Dit scenario, dat ik na vijftig jaar op de plaatselijke reclamebladenmarkt alleen zou achterblijven, had ik echt nooit voorzien. Hier heb ik dan ook geen strategie voor. Ik ben inmiddels 75, de business draait nog altijd heel goed en ik denk nog niet aan stoppen. Ik wil ook aan boord blijven om mijn fantastisch medewerkersteam zolang mogelijk werk te verschaffen.”
Hoe komt het eigenlijk dat Taptoe nog als enig huis-aan-huisblad overschiet?
“Ik zei het al: om het goed te doen, moet je het vooral zelf doen. Ik heb 2.300 nummers van Taptoe uitgegeven, en samen met u duizend artikels geschreven. Ik denk dat er geen 5 Taptoe’szijn waarvan ik de laatste correcties niet zelf heb verbeterd, bijvoorbeeld omdat ik toevallig op reis was. Dan vroeg ik aan Lieve (De Keyzer), onze in 2010 overleden directiesecretaresse, om een exemplaar naar mijn hoteladres in het buitenland op te sturen. Met DHL betaalde ze toen eens 33 euro… Alleen tijdens onze huwelijksreis op een onbewoond Fiji-eiland (met beperkte hotelservice, mvh) lukte het niet, maar dan had ik andere prioriteiten… (lacht). Alle gekheid op een stokje: weet je wat ik nooit begrepen heb van mijn eerbare concurrenten? Ik toonde hen elke week hoe ik het deed, ik dropte elke week een voorbeeld van een succesvol huis-aan-huisblad in hun brievenbus, ze moesten het desnoods maar kopiëren. Maar in die 50 jaar is daar eigenaardig genoeg niemand in geslaagd. Ze hebben mijn concept nooit toegepast gekregen! Ik toonde hen nochtans de perfecte symbiose van twee werelden: goed gevonden redactie gecombineerd met advertenties. Je moet geen diploma’s hebben om succesvol te zijn, maar wel talentrijk. Ik heb er maar enkele: ik kan het goed bedenken, goed zeggen, goed verkopen en goed schrijven. Ooit zag ik in mijn zoon Luiz de ideale opvolger: hij schreef als student enkele artikels in Taptoe en voor zijn plechtige communie gaf ik hem een eigen krant: ‘De dorpskrant van Merendree’. De oplage was 2 jaar lang om de 14 dagen onmiddellijk uitverkocht. Ik wilde hem de knepen van het uitgevers- en journalistenvak leren, want ik dacht dat hij me ging opvolgen. Maar het is anders gelopen. Hij gebruikte later zijn schrijftalent om als jurist de speeches van minister Geens te schrijven op het kabinet van justitie…”
Vind je dat jammer?
“Toch een beetje wel. Ik had oorspronkelijk gedacht dat Emily het commerciële op zich zou nemen en Luiz het journalistieke. Broer en zus samen, 1 + 1 = 3 dacht ik. Emily (30) heeft economie gestudeerd en werkte 1 jaar bij Taptoe. Maar ze gelooft niet in de toekomst van papier en print. Ze is nu algemeen directeur van een consultancybureau en heeft haar eigen weg gevonden. Luiz (29) werkt nu op het ministerie van economische zaken. En mijn vrouw heeft haar eigen dokterskabinet. Ze wacht stiekem op het einde van mijn activiteiten bij Taptoe om samen wat meer tijd te maken.”
Tot slot, je hebt ze al genoemd: je kon steeds rekenen op enthousiast en hardwerkend personeel, maar 50 jaar Taptoe is toch ook een beetje de verdienste van Lieve De Keyser, uw secretaresse die ik ook vele jaren heb meegemaakt ?
“Ik besef nog altijd niet hoeveel geluk ik, vooral in de beginperiode, met haar heb gehad. Zij was 19 en pas afgestudeerd toen ik begon en werd een zeldzame speld in een hooiberg en mijn baken in die woelige startperiode van Taptoe. Zij was al die jaren de trouwe hulp, deed alles, ik ging voortdurend raad gaan vragen aan haar. Ze was de directiesecretaresse in een bedrijfje met drie mensen. Ik heb 35 jaar de zaken moeiteloos kunnen uitbreiden en doen wat ik graag deed dankzij haar. Haar overlijden is een ongelooflijk gemis, en toen ze ziek werd, waren er twee nodig om haar te vervangen. Bij bepaalde omstandigheden wordt haar naam nog genoemd, ze was voor velen een onmisbaar ijkpunt geworden. Bij Taptoe spreekt men nog altijd over ‘de tijd vóór Lieve’ en ‘de tijd nà Lieve’.”
Ik ken dat gevoel nog , Piet, ik ken dat gevoel nog. Veel succes met alle festiviteiten in het feestjaar dat voor de deur staat!

Marc Van Hulle