• Parijs

Dit was de eerste ontvoeringszaak in Frankrijk waarbij losgeld werd gevraagd. Op 12 april 1960 gaat Jean-Pierre Peugeot, de peetvader en oprichter van het merk dat zijn naam draagt, een paar spelletjes golf spelen op het terrein van St.-Cloud, Parijs.

Zoals zo vaak is hij vergezeld van zijn 2 kleinzoons Jean-Philippe (zeven jaar) en Eric (vier jaar). Voor golf zijn ze te klein. Maar ze spelen toch zo graag op het speeltuintje dat daar te vinden is. De kindermeid en de chauffeur die een oogje in het zeil houden, zijn er die dag vrij gerust in. De kinderen bevinden zich op vertrouwd terrein en bovendien is er door de vakantieperiode niet al te veel drukte. Precies daarom is het des te verwonderlijker dat ze de man niet merken die met vastberaden stap naar de kinderen stapt. Hij wisselt enkele woorden, neemt de kleine Eric Peugeot aan de hand en zonder dat iemand er erg in heeft, wandelen ze samen weg van het speelterrein. Het duo passeert een vriendelijke tuinman die gedag zegt. Even later start een zwarte Peugeot 403. Na enkele minuten is het voertuig verdwenen.. Een telg uit één van Frankrijks rijkste families wordt op klaarlichte dag ontvoerd in het bijzijn van de kindermeid en de chauffeur en niemand steekt een vinger uit...

Brief
Pas wanneer de kinderjuf aanstalten maakt om naar huis te gaan merkt ze dat Eric niet meer in het zand aan het spelen is.
- “Jean-Philippe, waar is je broer?”
- “Ik weet het niet? Daarnet was hij hier nog.”
- “Heb jij hem soms gezien?” vraagt de vrouw aan Carole, een vriendinnetje in de buurt.
- “Ja, Eric is meegestapt met een meneer. Die zou hem naar zijn opa brengen.”
Het antwoord stelt de meid niet gerust. Mijnheer Peugeot heeft niet de gewoonte om de kinderen bij zich te roepen tijdens het golfspel. Ze stuurt de chauffeur naar haar baas. Luttele minuten later staan de twee mannen hijgend bij de glijbaan.
- “Wel, wat hoor ik? Is Eric verdwenen?”
- “Wij vinden hem inderdaad niet onmiddellijk, mijnheer. En Carole hier spreekt van een man die hem kwam halen.”
- “Par dieu, laat het niet waar zijn...!” Grootvader Peugeot loopt rood aan en kijkt wild om zich heen.
- “Mijnheer Peugeot, kijk hier eens,” roept de chauffeur, die intussen de struiken heeft doorzocht.
In zijn handen houdt hij een omslag vast, gericht aan de familie Peugeot. Met bevende handen doet Jean-Pierre Peugeot de omslag open. Er zit een brief in. De industrieel vouwt hem open. Een korte tekst, getikt op een schrijfmachine met een rood lint, wordt zichtbaar. Peugeots ogen scheuren door de tekst: “Kleine is ontvoerd...50 miljoen frank losgeld...geen politie...nemen spoedig terug contact op.”

Hulp van politie wel of niet?
Tientallen keren heeft de man die een imperium bezit moeilijke beslissingen moeten nemen. Wat zou hij zijn zoon Roland, de vader van Eric, straks moeten vertellen? En hoe zou zijn moeder reageren? Hij haastte zich naar de Avenue Victor Hugo, waar Eric woonde. Zijn ouders waren reeds discreet telefonisch ingelicht. Erics moeder was flauwgevallen toen men haar het nieuws had meegedeeld. Roland Peugeot zat wezenloos voor zich uit te staren.
- “Welnu, wat gaan we doen,” begon Jean-Pierre Peugeot.
- “Gehoorzamen uiteraard,” fluisterde Roland. “Ik wil het leven van mijn zoon niet in de weegschaal leggen.”
- “Je gaat je toch niet zomaar gewonnen geven?”
- “Vader, het is mijn kind. We weten niet met wie we hier te maken hebben. Gaat het om een amateur of is het een professionele bende? Ik wil achteraf nooit het gevoel hebben dat ik iets verkeerd heb gedaan. Wij zullen het geld bijeenbrengen. En de politie erbuiten houden.”
Hoewel grootvader Peugeot besefte dat dit niet het moment was om een discussie te beginnen, probeerde hij Roland toch te overtuigen de politie in te lichten. Na enig aandringen stemde hij er onder bepaalde voorwaarden mee in. Roland zou zelf geen initiatief nemen. Grootvader Jean-Pierre zou alle contacten regelen met de politie.
Nog geen halfuur later diende commissaris Pierangeli zich discreet aan.
In overleg besluiten de commissaris en de familie Peugeot alvast om alle telefoongesprekken op te nemen. Hebben de ontvoerders immers niet aangekondigd langs die weg contact op te nemen?

Televisieoproep
Roland Peugeot is vastbesloten alles te doen wat binnen zijn mogelijkheden ligt. Nog diezelfde avond doet hij via de televisie een oproep tot de ontvoerders: “Tot u spreekt een vader wiens kind is ontvoerd. Mijn enige zorg is mijn zoontje gezond en zo vlug mogelijk terug te zien. Laat het de ontvoerders duidelijk zijn: ik heb tot op heden de politie niet verwittigd. Ik zweer plechtig dat ik er ook alles zal doen om de ontvoerders niet te laten vervolgen mochten ze gegrepen worden.”
De mededeling slaat in Frankrijk in als een bom! De kleine Peugeot is ontvoerd. Onmiddellijk na de uitzending begint de telefoon te rinkelen bij de familie Peugeot. Maar behalve steunbetuigingen van familieleden en journalisten zit er geen enkel teken van de ontvoerders tussen. De familie is versuft en weet niet meer van welk hout pijlen maken.
De volgende morgen wordt de woning van de Peugeots belegerd door de verzamelde pers. Geslagen, met een donkere bril op, legt Roland Peugeot een korte verklaring af. Dat hij alles wil doen om te helpen en dat hij de hele nacht wakend aan de telefoon heeft doorgebracht. Voor de buitenwereld is dit een vrij banale mededeling. Op die manier echter wil vader Peugeot aangeven dat hij op meer nieuws wacht en bereid blijkt om aan de eisen van de ontvoerders tegemoet te komen.

“Houd de sleutel!”
Het nieuws bereikt inderdaad ook de ontvoerders. De dag na 13 april krijgt Roland Peugeot om 10 uur ‘s avonds een telefoon. In een kort gesprek verneemt de familie dat alles goed gaat met de kleine Eric. Verdere instructies zullen kort daarop volgen. Vooraleer verdere vragen kunnen worden gesteld, wordt ingehaakt. De familie Peugeot gaat haar tweede bange nacht in.
Op donderdagmorgen opnieuw een telefoon. Een postkantoor in de buurt belt met de boodschap dat er een aangetekend schrijven is afgegeven. Een bediende spoedt zich om de enveloppe. Met bevende handen opent Roland Peugeot de brief. De instructies zijn duidelijk. Diezelfde dag om 16 uur moet hij zich met een hoed en een donkere bril op begeven naar de Avenue des Termes, nummer 57. Het geld, 50 miljoen francs (ongeveer 10 miljoen euro) in gebruikte en kleine coupures, moet hij in een aktetas meebrengen. Iemand zal daar naar hem toekomen met het wachtwoord “Houd de sleutel”. Wanneer deze zin is uitgesproken moet de aktetas met het geld overhandigd worden. Peugeot mag deze persoon niet aanspreken of volgen. De politie mag vooral niet ingrijpen.
Rond de middag brengt een bankbediende de aktetas met het nodige geld. Roland Peugeot is op van de zenuwen. Op het afgesproken uur is hij op het aangegeven adres. Het blijkt een steegje te zijn. Het is er donker. Het ruikt er onfris. Gedachten dwarrelen door Peugeots hoofd. Zullen de ontvoerders woord houden? Hoe zal Eric deze beproeving hebben doorstaan? Zal de politie zich gedeisd houden?
Er weerklinken voetstappen. Plots staat een man achter hem. “Gardez le clef, houd de sleutel”, het afgesproken wachtwoord. Peugeot steekt de aktetas uit. Een vlugge hand grist ze weg. De operatie duurt slechts enkele seconden. Wanneer het geluid van de voetstappen is uitgestorven, draait Peugeot zich om. Hij ziet nog net een schim om de hoek verdwijnen. “Eric?” roept hij voorzichtig, “Eric, ben je daar?”. De ongelukkige vader weet dat dit niet de afspraak is. Eerst het geld, en na controle opnieuw bericht, zo had de man aan de telefoon gezegd. Roland Peugeot haast zich naar huis. De hele familie zit er gespannen bijeen. Uren verlopen. Geen nieuws. De onrust neemt toe.

Stoeprand
Maar de ontvoerders houden woord. Enkele uren na het overhandigen van het losgeld stopt een auto voor een café aan de Avenue Poincaré in Parijs. Er stapt een klein jongetje uit. Het knaapje van vier gaat op de stoeprand zitten. Niemand slaat er acht op. Het loopt al tegen middernacht wanneer een voorbijganger het zacht wenende kind opmerkt.
- “Wel, kleintje, wat zit jij hier nog zo laat te doen? Heb jij verdriet? Ben jij de weg kwijt?”
De jongen knikt.
- “Kom, kereltje, wees niet bang. Ik zal je helpen. Hoe heet je? Waar woon jij?”
- “Ik ben Eric Peugeot, mijnheer. En ik wil terug naar mijn papa en mama.”
De man is met verstomming geslagen. Is dit de jongen die het hele land op zijn kop heeft gezet de voorbije dagen? Warempel, de gelijkenis met de foto in kranten en op televisie is treffend. Dit moet het ontvoerde jongetje zijn!

Vreugde
Even later zet de man de jongen af in een café. Men besluit de politie op te bellen. Een patrouille bevestigt korte tijd later zij dat de kleine Eric Peugeot hebben opgehaald. Na een korte ondervraging in het politiebureau stapt de jongen rond twee uur ‘s ochtends een politiewagen in, op weg naar huis.
Alle media schreeuwen hun vreugde uit. “De kleine Eric Peugeot is ongedeerd teruggevonden!”
Het gezin van Roland Peugeot poseert voor de persfotografen. De stralende gezichten verschijnen in bijna alle kranten ter wereld. Enkele dagen na de terugkeer van Eric vertrekt de familie naar Spanje op vakantie. De jaren daarop doet zij er alles aan om het trauma te verwerken. De naam Peugeot mag wel synoniem staan voor een automerk maar niet voor een bekende ontvoeringszaak...

Robotfoto
Zoals beloofd aan de familie hadden de opsporingsdiensten de zaak slechts van op afstand gevolgd. Maar eenmaal het kind levend en wel terug ging de politie aan de slag. De ontvoerders mochten hun verdiende straf niet ontlopen. Op het eerste gezicht had men slechts weinig aanknopingspunten. Er was weliswaar een duidelijke beschrijving van de gebruikte Peugeot 403. Maar dat was in die tijd ongeveer één van de meeste verkochte auto’s op de Franse wegen. Toch controleerde de politie op korte tijd bijna 20.000 van dit soort auto’s.
Al vlug kwam men tot de vaststelling dat het om een gestolen wagen ging. De wagen werd teruggevonden in een ravijn in een verlaten streek.
Een ander gegeven waren enkele vage getuigenissen. Zo kon na de ontvoering al onmiddellijk een robotfoto worden opgesteld: een jonge man, 20 tot 25 jaar, 1,80 meter groot met een grijze broek en een groene trui. Maar hier gold hetzelfde als voor de Peugeot 403. Hoeveel Fransen beantwoordden niet aan dit profiel? Maar de politie beschikte wél over een aanvullende beschrijving van Roland Peugeot zelf. Hij hield het stil in de media maar bij de overhandiging van het losgeld kon hij toch wel meer dan een glimp opvangen. Bij een eventuele confrontatie kon dit wel eens belangrijk worden.

Speculaties
Misschien konden de opgenomen telefoongesprekken houvast bieden ? Ieder afgetapt telefoontje werd uitvoerig geanalyseerd, maar zonder resultaat. Ook vingerafdrukken op de dreigbrieven, huiszoekingen in 150 appartementen, duizenden tips van het publiek en zelfs naspeuringen in het buitenland? Het leverde allemaal niets op.
Intussen speculeerden de kranten er op los. Het plan was beraamd in de kennissenkring van de familie Peugeot. Wie kon immers zo goed op de hoogte zijn van bepaalde details van het gezinsleven? En waarom wilde Roland Peugeot anders de daders in bescherming nemen? Had hij immers niet beloofd dat zij ook na de vrijlating van Eric ongemoeid zouden blijven? Omdat de machtige industriële familie deze aantijgingen niet nam verdwenen de speculaties na verloop van tijd uit de kolommen van de Parijse kranten. Dan maar andere pistes.
Het zou gaan om een professionele bende met internationale vertakkingen. En waarschijnlijk waren de daders nu reeds lang gevlucht naar het buitenland. De ontvoering was volgens sommigen uitgevoerd door tweederangs boeven afkomstig uit “Parijse kringen van nietsnutten”.

Cruciale tip
Stilaan kwam men toch bij één der belangrijkste troeven van het onderzoek. Van het grootste deel van het losgeld waren de nummers genoteerd. De ontvoerders hadden dit willen verhinderen door gebruikte biljetten te vragen en het geld binnen de 48 uur te laten verzamelen. Maar grootvader Jean-Pierre had, in overleg met de politie, dankzij de hulp van elektronische telmachines de speurders ellenlange lijsten met nummers van de bankbiljetten bezorgd. Reeds enkele dagen na de overhandiging van het losgeld verscheen in France-Soir een lijst met deze nummers. Toch dook slechts af en toe een biljet uit de aangegeven reeks op.
Het meest interessante spoor leverden uiteindelijk de twee dreigbrieven. De daarop gevonden vingerafdrukken bleken wel waardeloos maar men beschikte nog over het typografisch onderzoek: de analyse van de schrijfmachine kon misschien tot de oplossing leiden. In dit geval overtrof de werkelijkheid de fantasie. Er dient wel onmiddellijk aan toegevoegd dat deze sleutel tot de ontknoping pas kon worden omgedraaid nadat er een tip gekomen was uit de Parijse onderwereld.

Als God in Frankrijk
Zowel de familie Peugeot als een krant hadden na de ontvoering premies uitgeloofd. Iedereen die een tip kon geven die zou leiden tot de arrestatie van de ontvoerders kwam in aanmerking. Het spreekt voor zich dat bepaalde kleine garnalen in het misdaadmilieu zich hierdoor voelden aangesproken. Het was zo’n verklikker die reeds in de zomer van 1960 de politie wees op twee mogelijke verdachten. Deze mijnheer X signaleerde het eigenaardig gedrag van twee individuen: een zekere Larcher en Rolland. Pierre Louis Larcher, 37 jaar, had een crimineel verleden. Tijdens de oorlog belandde hij in het gokwereldje, als verdeler en invoerder van gokautomaten. De man aarzelde niet om zijn concurrenten hard aan te pakken. Hij liep verschillende veroordelingen op en had de gevangenis al enkele malen van binnen gezien.
Zijn vriend Raymond Rolland was niet alleen 13 jaar jonger, hij had ook meer stijl die hij aanwendde om mensen op te lichten. Graag gaf hij zich uit voor Roland de Beaufort, een edelman, die ooit nog aanspraak kon maken op de Franse troon. Maar Raymond Rolland raakte in de verkeerde kringen. Werk en gezin betekenden niets meer. Het mooie leven en overvloedig gokken en geld uitgeven zonder veel te werken, maakten hem blut.
Interpol had intussen aan de Franse speurders getipt dat deze twee kerels er plots een liederlijk leven op na hielden.
Om te beginnen stelde men behoorlijk wat vragen bij Rolland. Nadat hij zijn vrouw Ginette had verlaten, had hij een relatie aangeknoopt met het Deense fotomodel Lise Bodin. Deze schoonheid wilde het leven van de andere kant bekijken en bracht al enkele maanden de mannen in de Parijse bars het hoofd op hol. Rolland viel voor haar. En ondanks het feit dat hij niet werkte, hadden speurders de voorbije maanden Rolland en Bodin in de duurste hotels in Kopenhagen, dan weer in Cannes of aan de Italiaanse Rivièra opgemerkt. Hun omgeving stelde zich heel wat vragen bij deze overdrevenluxe. Na verloop van tijd zag ook de Franse politie in dat hier iets niet juist was.

Jukebox
Hetzelfde gold overigens ook voor Larcher. Hij verbleef meestal in Frankfurt maar trok van daaruit heel Europa rond. Duitse speurders kregen hem in de gaten en informeerden hun Franse collega’s. De Parijse onderwereld liet zich evenmin onbetuigd. De onbekende tipgever uit het milieu, Monsieur X, gaf steeds sterkere signalen. In een Parijse nachtbar luisterde hij een gesprek af over Rolland. Iemand gaf de opmerking dat Rolland van zijn voormalige echtgenote ooit haar typemachine had ontleend maar nooit teruggegeven, zo luidde het. Toen de Parijse speurders dit hoorden, lieten zij de kans niet liggen.
Korte tijd later maakten zij een afspraak met de gewezen mevrouw Rolland. Bij een ogenschijnlijk onbelangrijke vraag kregen ze te horen dat zij wel degelijk haar schrijfmachine, een Hermes 2000, nog niet zo heel lang geleden aan haar ex had uitgeleend. Zijzelf zag niet in wat daar zo belangrijk aan was. De politiemannen glunderden echter. Experts dachten immers dat de dreigbrieven met dit soort machine waren geschreven. Het team dat de zaak Eric Peugeot onderzocht, besloot dit spoor verder uit te pluizen. Zo konden ze uitvissen dat bepaalde kaartjes van de playlist in de door Rolland verkochte jukeboxen met dezelfde machine en met een rood lint waren getypt… De speurders bezorgden de kleine kaartjes aan het labo. Na enkele minuten vergelijkend werk was de conclusie duidelijk: de dreigbrieven en de kaartjes waren op dezelfde schrijfmachine getikt. Bingo!

Skioord
De finale van dit ontvoeringsdrama speelde zich af in Megéve, een wintersportoord. Geheel in de stijl van hun liederlijke leven maakten Rolland en Larcher er in de winter van 1961 grote sier. Zij hadden gezelschap van vrouwelijk gezelschap en Mitsouko, een nachtclubdanseres.
Commissaris Guy Denis, die het onderzoek nu al geruime tijd leidde, besloot zijn slag te slaan. De bewijzen waren er, zwart op wit. Bovendien waren de twee spitsbroeders nu samen, wat de zaak vergemakkelijkte. Met een groepje speurders reisde hij af naar het wintersportoord.
De dag na hun aankomst, vroeg in de morgen, bestormde de politie het chalet waar het gezelschap verbleef. Men trof er enkel Lise Bodin en Rolland aan. De anderen hadden blijkbaar lont geroken. Onmiddellijk seinde men het nieuws door aan de patrouilles in de omgeving. Vooraf had commissaris Denis immers de val klaargezet voor mochten de verdachten toch pogen te ontsnappen. Korte tijd later kwam het bevrijdende bericht: “vier personen aangehouden - klopt met persoonsbeschrijving”.

Kaart spelen
De aanhouding van de ontvoerders van Eric Peugeot zorgde voor beroering in het hele land. Pikant detail: ook de familie Peugeot verbleef in die periode in Megéve.
De volgende dagen legden de onderzoekers iedereen van het gezelschap flink op de rooster. Het werd al vlug duidelijk dat de vrouwen nauwelijks iets met de zaak te maken hadden. Pierre Louis Larcher en Raymond Rolland bleken de echte daders te zijn. Beetje bij beetje vielen alle stukjes van de puzzel in elkaar. Motieven, werkwijze en verloop van de ontvoering werden duidelijk via diverse ondervragingen van het tweetal. Zij biechtten alles op. Zo onder meer dat zij de kleine Peugeot al die tijd hadden vastgehouden in een huis op slechts een uur afstand van Parijs. Zij hadden Eric goed behandeld, hij mocht onbeperkt televisie kijken, thuis mocht hij dat duidelijk minder en ze kaartten zelfs met hem. “Het was een braaf en goed opgevoed kereltje” vonden ze achteraf.
Op die manier brachten de twee daders bijna alle details aan het licht. Op het proces dat enkele maanden later van start ging, bestond er weinig twijfel. De rechtszaak kon in Frankrijk op enorme belangstelling rekenen. Zowel Rolland als Larcher deden beroep op bekende advocaten. Het proces verliep bijzonder emotioneel. Larcher barstte zelfs even in tranen uit toen zijn advocaat het over zijn “slechte jeugd” had. De daders kregen elk 20 jaar maar kwamen vervroegd vrij. Zowel Rolland als Larcher wisten zich nog in de maatschappij te integreren. De ontvoering Peugeot was voor hen een misstap die tot loutering had geleid. Of dit voor Eric Peugeot en zijn familie ook gold, is een andere vraag...
Eric Peugeot is nog lang bedrijvig geweest in het familiebedrijf. Hij is vandaag 65 en heeft dank zij zijn jonge leeftijd bij de ontvoering schijnbaar weinig schade van de ophefmakende zaak overgehouden.

Piet De Baets