• Eeklo
Corona en zijn lockdowns hakken er bij een pak mensen zwaar in. Niks is nog hetzelfde en veel van de dingen die we vanzelfsprekend vonden in ons vorig leven - op café gaan, lekker gaan eten, afspreken met vrienden, bezoek krijgen - zijn nu er niet meer bij. In woonzorgcentra en voor bejaarden, die reikhalzend uitkijken naar elk bezoek, is dat allemaal nog zoveel erger. Velen dreigen dan de moed maar op te geven en het hoeft allemaal niet meer voor hen. Begrijpelijk. Maar Paula D’Hont uit de Seniorie ‘Carpe Diem’ in Eeklo bewijst dat het ook anders kan. Ondanks haar leeftijd (86) blijft voor haar de fles halfvol, in plaats van halfleeg en ze trekt zich elke dag op aan de dingen die ze wél nog kan en mag doen. ‘Carpe diem’ of ‘Pluk de dag’ in het Latijn, zo hebben de Romeinen het destijds al treffend samengevat. Oostenrijk Paula D’Hont is 86 jaar, afkomstig van Watervliet en ze verblijft al een viertal jaar in de Eeklose seniorie. Een flink deel van haar leven, tot ze de 50 voorbij was, zorgde ze voor haar moeder. Toen die overleed, ging (letterlijk) een deel van de wijde wereld voor haar open. Meteen kon ze haar droom die ze al koesterde van tijdens de Tweede Wereldoorlog realiseren: op reis gaan naar Oostenrijk ! Tijdens de oorlog trok ze eens mee met haar vader naar de Lembeekse bossen om hout te kappen. “Daar was ook een Oostenrijker aan het werk en die kon zo mooi vertellen over de bergen en de meren, over de Bodensee, Karinthië, Wenen. Na lang aandringen kreeg ik van mijn vader een atlas, zodat ik Oostenrijk wist liggen. En toen mijn moeder gestorven was in 1990 viel er een reisbrochure van Autocars Diederik in de bus, met daarin een reis naar Oostenrijk. Ik heb die meteen geboekt. Onvergetelijk!”, vertelt Paula. Geen ‘klapke’ meer Na een longontsteking, die haar eerst in het ziekenhuis deed belanden, verhuisde ze naar Carpe Diem in Eeklo. Paula: “Ze wilden me eerst in Watervliet steken, maar dat zag ik niet zitten. Toen zei een dokter ‘ik weet nog een plaatsje, maar ge gaat rap moeten zijn’. Meer dood dan levend ben ik dan hier komen kijken. Van de eerste dag voelde ik mij hier super. Ik ben met mijn gat in de boter gevallen. Ik verveel mij geen moment en zou hier nooit meer weg willen.” Maar zelfs hier, op die ideale plaats, laten de gevolgen van corona en de lockdown maatregelen zich zwaar voelen: geen bezoek meer in de flat, niet meer eten in de foyer, maar elk in zijn eigen appartement… Paula: “Eens iets gaan eten met de anderen, dat mis ik nog het meest. Er zijn intussen zes bewoners verjaard en meestal gaan we dan iets eten om dat te vieren, in de Roste Muis, de Vier Heemkinderen of ’t Schuttershof in Assenede. Dat is er nu niet meer bij. Maar voor de rest…? Ik amuseer mij: de krant lezen, tv kijken, puzzels invullen…Ik verveel mij geen moment. Vroeger sprong mijn buurvrouw geregeld eens binnen, de krant komen halen, een praatje doen, want mijn deur staat hier altijd open. Nu komen we elkaar al eens tegen op de gang, veilig, zoals het hoort, met mondmaskers op. Met dat masker aan en op afstand doen we dan een klapke, want ik moet een beetje opletten. Na die longontsteking - en ik heb ook snel een bronchitis - ben ik toch een risicogeval (lacht eens)”. Niet te vergelijken met de oorlog Dat sommige mensen het veel moeilijker hebben, dat snapt Paula D’Hont heel goed. “Jonge mensen, die zijn gewoon van weg te gaan, elkaar te ontmoeten, ik begrijp dat”, gaat Paula verder. “Maar je kan deze periode echt niet vergelijken met de oorlog, zoals sommige mensen doen (ze was toen 10 jaar, nvdr). Nu zitten we veilig in ons kot, we hebben eten genoeg, hebben boeken, televisie, radio. In de oorlog was dat er allemaal niet. We hadden amper eten, terwijl het voor ons boerenmensen op de buiten nog beter was dan in de stad”. Voor Paula blijft de fles tijdens corona dus halfvol, in plaats van halfleeg. “Ja, ik pak dingen altijd langs de goede kant”, bekent ze voluit en dat is duidelijk te merken. “Dat zit in mijn karakter. Al heb ik ook al veel meegemaakt. Mijn moeder was ook altijd zo positief: ze is heel haar leven ziek geweest, maar bleef altijd opgewekt, ze stond altijd op met de glimlach. Haar motto was: als ge vies zijt, hebt ge nog veel werk om blij te worden. Ik leef ook zo!”.(PDB)