Bellemnaar heeft topfunctie als coördinator veldrijden bij UCI. Peter Van Den Abeele blikt terug op veldritseizoen Eind vorige maand hebben de veldrijders een punt achter het crossseizoen 2016-2017 gezet. Dat werd 6 maand lang helemaal gedomineerd door de tweestrijd tussen de twee jonge veulens Wout Van Aert en Mathieu Van der Poel. En die twee ziet Bellemnaar Peter Van Den Abeele nog wel enkele jaren het veldritgebeuren domineren, in afwachting dat renners uit andere landen de fakkel overnemen. Peter Van Den Abeele (49) is het officiële hoofd van mountainbike, BMX, cyclocross en trials bij de internationale wielerfederatie UCI op het hoofdkwartier in Aigle (Zwitserland). Hij reist in die functie Europa rond en is nog slechts sporadisch in Bellem, zijn geboorteplaats, te bekennen. We hebben uitzonderlijk per telefoon met hem een lang gesprek kunnen voeren. Bellemnaar heeft topfunctie als coördinator veldrijden bij UCI. Peter Van Den Abeele blikt terug op veldritseizoen Wie beter dan deze internationaal erkende en gewaardeerde expert konden we vragen naar indrukken over het afgelopen veldritseizoen, dat hij overal vanop de eerste rang mocht meemaken.

Manager Offroad

Peter Van Den Abeele (50 op 1 mei a.s.) was zelf ooit profrenner tussen 1991 en 2000. Hij werd ooit Belgisch kampioen veldrijden in 2004 (na het tijdperk Liboton) en in het mountainbiken in 1997. Hij nam ook deel aan de Olympische Spelen van 1996 en 2000. Na zijn actieve loopbaan behaalde hij een diploma sportmanagement en ging hij aan de slag bij de UCI, zeg maar de internationale wielerbond. Eerst als parcourskeurder in het veldrijden, maar intussen is hij manager “offroad” en zo verantwoordelijk, niet alleen voor het veldrijden, maar ook voor zijn eerste liefde BMX, zijn derde liefde mountainbiken en trial, waarin die andere bekende inwoner van Aalter, Kenny Belaey, actief is. “Daarnaast zetel ik sinds vorig jaar ook in de atletencommissie”, voegt Peter daar aan toe. Het meeste van zijn tijd brengt hij door in Aigle, aan de voet van de Alpen, het hoofdkwartier van de UCI, waar hij al 10 jaar officieel woont. “Maar ik heb wel nog een stek in Aalter gehouden”, glimlacht hij.

Wielerreuzen

Van Den Abeele heeft ook een speciale band met de rennersbroers De Vlaeminck, zeker met de overleden Erik. “Die was jarenlang mijn nationale coach in het veldrijden”, herinnert Peter zich. “Ik kwam uit het BMX’en en had eerst Berten Vermeire als coach. Die werkte vooral op uithouding, maar toen Erik hem opvolgde, ging het maar om één zaak: techniek, techniek en nog eens techniek. Die twee coaches bleken de ideale combinatie voor mij. Ik was ook een jeugdvriend van Eriks zoon Geert, die in 1993 overleed tijdens een cross in Heist-op-den-Berg”. Maar de twee hadden hun meningsverschillen, zeker toen Peter er het mountainbiken bij nam. “In het begin had Erik het daar niet zo op begrepen. Hij vond dat moeilijk te combineren, maar uiteindelijk heeft hij dat wel aanvaard. Ook voor Roger heb ik veel respect. Dat was een echte stylist en is een van de weinigen die succesvol was zowel in het veld, op de piste als op de weg. Het waren allebei wielerreuzen.” Maar die combinatie van veld en weg (en zelfs een beetje piste), zoals Roger De Vlaeminck aankon, vindt Van Den Abeele niet meer vanzelfsprekend. “Daar moet je echt een bepaald type renner voor zijn. Ben je dat niet, dan riskeer je er of in het veld of op de weg niks van te bakken.”

België-Nederland

Het voorbije seizoen was er geregeld een en ander te doen over het parcours van de cyclocrossen. De Koppenbergcross (die hij zelf twee keer won) was volgens sommigen veel te lastig en op het Belgische Kampioenschap in Oostende moest er volgens de enen teveel en volgens de anderen te weinig (in het zand) gelopen worden. Peter V.D.A.: “Ach, elk jaar vindt men in het begin van het seizoen de parcoursen te lichtlopend of te makkelijk en is het te warm. En als het een paar dagen regent, is het meteen te zwaar. Maar dat is een van de vele mooie dingen aan het veldrijden: er zijn altijd een paar factoren, zoals het weer, die je niet in handen hebt. Bovendien wordt de jongste jaren alles uitvergroot, door de grotere aandacht voor het veldrijden, wat op zich uiteraard een goede zaak is.” Een aparte vaststelling is dat Oost-Vlamingen er sinds Peter Van Den Abeele en Mario De Clercq (die stopte in 2004), niet meer aan te pas komen. Daarna was het de Brabander Sven Nys die jarenlang de dans leidde en sinds vorig seizoen voert Kempenzoon Wout Van Aert de nieuwe lichting aan. Peter V.D.A. (hoorbaar verveeld): “Ach, dat doet er toch niet toe, uit welk deel van Vlaanderen de kampioenen komen? Zeker niet voor mij. Ik ben de hele tijd bezig om renners uit nieuwe landen warm te maken voor het veldrijden en ik probeer er een mondiale sport van te maken. Dan is er voor mij geen verschil uit welk deel van Vlaanderen de vaandeldragers van het Belgisch veldrijden komen. We moeten echt verder beginnen kijken dan onze eigen grenzen. Maar we lijken inderdaad vertrokken voor enkele jaren dominantie door Van Aert en Van der Poel. Die jongens hebben enkele generaties overgeslagen. Normaal gezien was het na Nys aan Meeusen en Pauwels, maar Van Aert en Van der Poel staan nu al aan de top en lijken vertrokken voor enkele jaren, tenzij ze zouden uitwijken naar de weg”.

Motortje

Vorig jaar, op het WK veldrijden in Zolder, maakte Peter Van Den Abeele vanop de eerste rij het fameuze ‘motorke-incident’ met Femke Vandendriessche mee. In haar fietsframe bleek een verdoken motortje te zitten, dat af en toe wat extra power moest geven. Veel fietsfanaten begrijpen niet waarom de UCI eerst een soort scanner moest in handen hebben, voor de controles echt konden starten. “Ze voelen dat toch aan het gewicht van een fiets, als ze die opheffen,of er een motorke inzit”, luidt het vaak. “Natuurlijk voel je dat aan het gewicht”, geeft Van Den Abeele toe. “Maar die zaken kunnen in theorie ook elders zitten dan in het frame, in de wielen voorbeeld. En zo’n tablet waarmee je een fiets helemaal kan scannen is toch heel handig. Sinds het incident van vorig jaar, hebben we 7.000 keer een fiets gescand en niks meer gevonden. Zo is ook de fiets van Wout Van Aert voor, tijdens en na het wereldkampioenschap gescand geweest”. Tot slot, Peter Van Den Abeele is bij de UCI ook verantwoordelijk voor de offerten, zeg maar het evalueren van de plaatsen waar elk jaar de wereldkampioenschappen, in het veldrijden, op de weg en op de piste mogen plaatsvinden. Dus, moesten pakweg Aalter, Maldegem of Eeklo zin hebben om een WK in het veld of op de weg te organiseren, één adres: Peter Van den Abeele ? “Ja, maar ze moeten dan wel niet op een voorkeursbehandeling rekenen. Ik stel wel het dossier samen en bekijk het parcours, maar het is een speciale commissie binnen de UCI die de knoop doorhakt”, knipoogt de Bellemnaar. (PDB)