Màtyas Blanckaert (37), de muziekvriend en één der backing vocals van Tom Dice op het Eurovisiesongfestival in 2010, liet vorige week woensdag weten dat hij als gemeenteraadslid uit de politieke partij Groen stapt om als onafhankelijk gemeenteraadslid verder te zetelen.

Hiermee kan theoretisch de meerderheid van SMS, Groen en Open VLD in Eeklo gebroken worden. Zij hebben met 14 op 27 zetels maar één (nipte) zetel over om nog 5 jaar lang die meerderheid te behouden.

Splinterbom
Maar alhoewel dit nieuws eigenlijk een splinterbom betekent in de politiek van Eeklo, wordt er daar in de meerderheid verrassend sussend op gereageerd.
Zo maakt burgemeester Luc Vandevelde (SMS) zich in een eerste reactie geen zorgen over het voortbestaan van zijn meerderheid.
“Mátyas lichtte me op voorhand in en beloofde me loyaal te blijven aan de huidige meerderheid. Ik ken hem al langer als een loyale kerel, dus dat komt wel goed. Neen, ik ben niet ongerust.”
Alhoewel… niet ongerust?
Taptoe kijkt eens verder.
“De banken van de gemeenteraad voelen te veel aan als schoolbanken”, legt Blanckaert uit. “Er volledig uitstappen ware gemakkelijker geweest, maar ik wil mijn 400 kiezers niet ontgoochelen. Daarom wil ik doorgaan, maar op een autonome manier. Ik wil mijn eigen frisse kijk op de politiek in Eeklo behouden.”
En verder: “Ook als onafhankelijke is het mijn bedoeling dat ik de meerderheid blijf steunen in projecten die Eeklo vooruit helpen. Het laatste wat ik wil, is Eeklo blokkeren”, zegt Blanckaert troostend.

Berekende niptheid
Wie ook maar een beetje vertrouwd is met wat reilt en zeilt in het politieke milieu, knippert hierbij minstens eens met de ogen.
Na de verkiezingsuitslag van oktober 2018 kozen de Eeklose partijen SMS, Groen en Open Vld er bewust voor om samen een meerderheid te vormen met slechts één zetel meer dan de oppositie (CD&V, N-VA en Vlaams Belang). Een gedurfde keuze, want met het risico dat gedurende de volgende zes jaar één der verkozenen de meerderheid zou kunnen afvallen. En dan zit de meerderheid in de minderheid. Zes jaar is ook een eeuwigheid in de politiek. Dergelijke keuze voor ‘niptheid’ wordt in politieke middens niet voor niets als een “berekend” risico beschouwd.
Het is te vergelijken met de huidige politieke situatie in België, waar met veel moeite een meerderheid voor het vormen van een federale regering wordt gevonden. Nochtans heeft de formatie “paars-groen” een meerderheid met één zetel op overschot, maar dat risico durven gegadigden niet lopen. En dus gaat daar de soap (=zoektocht naar een grotere meerderheid) verder.
In Maldegem had burgemeester Van Hulle voldoende met alleen VLD (9) en NV-A (5) om met 14 zetels een meerderheid te vormen. Toch nam hij er voor de zekerheid nog de 3 zitjes van partij ‘De Merlaan’  van ex-burgemeester Marleen Van den Bussche bij om zich zes jaar lang met 17 van de 27 zetels genoeg comfortabel en zonder zorgen te voelen.

Vroeg
In Eeklo heeft zich een meerderheid met één zetel op overschot nochtans al eens eerder voorgedaan. In 1989 vormde de liberale burgemeester Roni De Waele een regenboogcoalitie met àlle partijen, behalve met de CVP (nu CD&V). Toenmalige kopstukken zoals Marc Windey (nu schepen) en Erik Matthijs (later burgemeester) werden zes jaar lang in de oppositie gedrumd. Toen had De Waele slechts 1 zetel op overschot, maar dankzij zijn politiek gewiekste aanpak en sympathieke stijl wist hij zijn pappenheimers zes jaar lang in het gareel te houden.
Of dezelfde situatie met het nieuwe bestuur ook de volgende jaren even geruststellend zal verlopen is koffiedik kijken. Een dubbeltje (stemmetje) op zijn kant ?
Wij twijfelen geen ogenblik aan de goede bedoelingen van Màtyas Blanckaert, maar valt zijn uitstap niet opvallend zéér vroeg in een nauwelijks 1 jaar gestarte nieuwe legislatuur? En waarom gaf hij zijn mandaat niet terug aan zijn partij zodat ze een opvolger voor hem konden aanduiden ? Met zijn streven naar onafhankelijk optreden heeft Blanckaert zijn partij geenszins een  cadeau gedaan. Nochtans staat Groen bekend voor haar hechte en kameraadschappelijke ideologie.

Knieval
“Neen, er is niets gebeurd. En neen, ik heb geen ruzie met Groen”, blijft Màtyas Blanckaert zich verdedigen. “Ik wil gewoon mijn onafhankelijkheid nu meer benadrukken, omdat ik zonder enige verplichting dan ook naar de verkiezingen van 2024 wil trekken. Natuurlijk blijf ik achter Groen staan. Maar ik heb geen zin om in 2024 partij-afhankelijk te zijn, en dan keuzes opgedrongen te worden.”
Blanckaert was een onverwachts nieuw stemmenkanon bij Groen. Hij haalde het tweede meeste stemmen (401) na kopman en schepen Bob D’Haeseleer (511). Hij offerde zijn kans op om de tweede schepen bij Groen te worden voor Isaura Calsyn (267) en volgde hiermee gedwee de partijtucht. Alhoewel door tegenstanders nu gesuggereerd, zit die knieval en het gemiste schepen-ambt blijkbaar voor niets achter zijn huidige beslissing.
“Met Isaura in het schepencollege is ook mijn wens naar verjonging geslaagd”, blijft hij sereen zijn keuze uitleggen.

Macht
Toch kunnen we ons niet inbeelden dat zijn makkers uit de meerderheidscoalitie er op langere termijn gerust in zijn. Er zal de volgende jaren aardig aan de mouw van Màtyas getrokken worden. Vooral door de oppositie die in hem de noodzakelijke medestander zal zien om hun eigen plannen in de gemeenteraad met een nipte meerderheid door te drukken of die van de meerderheid af te blokken. En wat met (door Màtyas geïnspireerde) copycats? Wie durft wedden dat dit zich op lange termijn niet zal voordoen? In de politiek is alleen de meerderheid aan zet en kan één stem voldoende zijn om die macht te doen kantelen. Wie precies in het (comfortabele) midden van het politieke bed ligt – met links 8 collega’s en rechts eveneens 8 – beslist soeverein en vrij van enige verantwoording met wie hij meedoet. Het maakt van deze ‘middenvelder’ voor de rest van de legislatuur een machtig man in een – weliswaar bedenkelijke - luxepositie.

2024
Wij willen hier heus geen rampscenario voorspellen. Voorlopig lijkt in het huidige stadsbestuur immers alles sereen en loyaal te verlopen. En hopelijk blijft het zo. Maar er zijn historische voorbeelden genoeg hoe het niettemin grondig mis kan lopen.
Màtyas Blanckaert wil zich los van elke politieke partij ook afscheiden van de politieke spelletjes die in Eeklo (te) vaak gespeeld worden, zegt hij. Maar wat dan in 2024?
“Dan zal ik autonoom kunnen beslissen wat ik doe. Ga ik door of stop ik er na zes jaar mee? Elke partij moet mij tegen dan maar overtuigen van haar programma. Dat kan ook opnieuw Groen zijn. Ik ga niet voor één partij op zich, maar voor een project met de beste ideeën”, klinkt het nog.
Tiens, denken wij. Zonet beweerde Màtyas nog “geen zin te hebben om in 2024 partij-afhankelijk te zijn…?”
Met dergelijke visie heeft Blanckaert alvast handig zijn eigen politieke maneuvreerruimte voor de toekomst gecreëerd.…
De bom is gelegd. Wanneer en door wie wordt de lont aangestoken?
Hoelang zal de Eeklose burgemeester nog rustig slapen ’s nachts?

Piet De Baets