Als er één uitvinder is die letterlijk en figuurlijk een belletje moet doen rinkelen bij de Eeklonaar, is het wel Polydoor Lippens. Hij heeft een standbeeld aan het station en er is een straat naar hem genoemd. Toch weten weinigen iets meer over deze geniale Eeklonaar, in de geschiedenis van de uitvindingen een beroemdheid in de wereld. De bakkerszoon bedacht anderhalve eeuw geleden tal van dingen, schopte het tot privéleraar van de kinderen van Koning Leopold I, maar zal toch voor altijd herinnerd worden als de uitvinder van de... elektrische deurbel. Passie voor mechaniek Polydoor Lippens werd op 16 maart 1810 in Eeklo geboren in het grote gezin van bakker Jan Lippens en Francisca Du Bosch. Als kind uit een bemiddeld middenstandersgezin kreeg hij alle kansen om te studeren. Hij trok naar Brussel en zelfs Parijs voor zijn studies. Hij studeerde af als ingenieur. ‘Communicatie’ – als dat woord toen al bestond – zou de rode leidraad worden in een leven vol uitvindingen en verbeteringen aan bestaande toestellen. Lippens was ook gefascineerd door mechaniek en een echt haantje-de-voorste: als er iets nieuws te proberen viel, was hij er als de kippen bij. Zo zat hij in 1835, op amper 25-jarige leeftijd, op de eerste trein die in ons land reed, van Mechelen naar Brussel. Het was een voorproefje op een van de vele taken die hij in zijn leven vervulde: van 1850 tot 1886 werkte hij voor de Belgische Spoorwegen. Zelfs thuis was hij ermee bezig. In zijn woning in Brussel hing een klok, waarop de spoorwegklok voor de nationale spoorwegen werd afgestemd. Telegrafie Maar even terugspoelen: in 1838 werd de jonge ingenieur door de Belgische overheid naar Londen gestuurd om de telegraaf van Wheatstone te bestuderen en de mogelijkheden van dit nieuw communicatiemiddel voor zijn thuisland te onderzoeken. Daar kwam hij in contact met professor Wheatstone en andere geleerden en met de ontluikende wereld van de telegrafie. Hij vond onder meer een model van wijzertelegraaf uit, waarbij elk karakter verzonden werd door het indrukken van een toets van het betreffende karakter (foto). In 1841 bedacht de 31-jarige Lippens voor de Belgische spoorwegen een elektrische motor voor een miniatuurtrein. En intussen bleef hij bekijken hoe hij de telegrafie kon verbeteren. In zijn loopbaan bij de spoorwegen liet hij in totaal negen aanpassingen aan de telegraaf deponeren. Zo maakte hij het mogelijk om te telegraferen met lettertekens in plaats van in morse, wat de communicatie een flink stuk verbeterde. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Polydoor Lippens in 1880 in Eeklo eigenhandig de eerste telefoonlijnen legde. Tttrrring Ook zijn grootste uitvinding (1850), die van de trilschel, het trilmechanisme voor de elektrische bel, was aanvankelijk bedoeld om de telegraaf te verbeteren. Maar die uitvinding kreeg hij niet zonder slag of stoot op zijn naam. Verschillende andere uitvinders beweerden ook op het idee te zijn gekomen en vochten zijn uitvinding aan. Het zou acht jaar duren, tot 1858 eer Lippens de uitvinding eindelijk officieel op zijn naam kreeg. Vóór Lippens zijn deurbel bedacht, bestonden er natuurlijk al deurbellen. Dat waren mechanische bellen, zoals kloppers of deurklokken die met ijzerdraad van aan de deur konden geluid worden. Wat bedacht Lippens nu concreet? Om de bel te doen trillen, heb je een elektromagneet nodig: een stuk metaal met een koperdraad rond. Door stroom door de koperdraad te sturen, wordt het metaal magnetisch. Lippens liet stroom door de elektromagneet gaan, door op de deurbel te duwen. Die trekt een contactarmpje aan dat tegen de bel tikt en de elektrische stroom onderbreekt. Daardoor valt het magnetisme weg en valt het contactarmpje terug, waardoor de stroom weer wordt ingeschakeld en het armpje weer tegen de bel tikt en de stroom weer onderbreekt. Dat voortdurend in- en uitschakelen van de stroom gaat door, zolang de bezoeker zijn vinger op de belknop houdt: het resultaat van dat alles? Het typische ‘tttrrring’ belgeluid, dat de meesten van ons allang niet meer kennen, in deze tijden van videofonie en deurbewakingscamera’s. Leraar aan het Hof Intussen hadden ze ook aan het hof van toenmalig koning Leopold I gehoord van het Eeklose genie en hij werd officieel aangesteld tot leraar fysica voor de kinderen van onze eerste koning, onder wie dus ook de latere Koning Leopold II. Het leverde hem, naast een mooi inkomen, onder meer de benoeming tot Ridder in de Leopoldsorde op. Naast mechaniek was ook de opkomende fotografie een passie van Polydoor Lippens. Hij was trouwens in Eeklo (alweer) de eerste eigenaar van een fototoestel. Lippens had een projectietoestel om lantaarnplaatjes te tonen aan familie en vrienden. Dat toestel bestaat nog altijd, evenals drie portretten van hemzelf en van zijn ouders. Veel van zijn foto’s nam Lippens in de tuin van zijn woning aan de Kerkstraat, schuin tegenover de dekenij. In 1863 verhuisde Polydoor terug naar Eeklo om bij zijn zussen te gaan inwonen. Achter zijn huis in de Kerkstraat nummer 20 richtte hij zijn atelier in. Rijk werd Lippens niet van zijn uitvindingen. “Ik denk trouwens dat het model deurbel dat uiteindelijk gecommercialiseerd werd, van de hand was van een Amerikaan”, herinnert de Eeklose stadsarchivaris Freddy Pille zich. “Maar de man heeft altijd goed zijn brood verdiend: als leraar van de kinderen van de koning en zijn andere job”. Postume hulde Wat blijft er nu over van Polydoor Lippens, nu de elektrische deurbel steeds vaker vervangen wordt door videofonie? Aan het station staat zijn borstbeeld, dat daar in 1989 door de VVV werd geplaatst, toen hij 100 jaar overleden was. En zijn archief berust in Eeklo: brieven, foto’s, het eerste telegram, zijn lantaarnprojector, enkele van zijn foto’s. Zijn wetenschappelijke nalatenschap (de toestellen, elektrische trein, eerste bel met trilsysteem) wordt bewaard door de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. En de man kreeg in Eeklo ook een van de schaarse lanen die de stad telt, naar zich genoemd: de Polydoor Lippenslaan, tussen de Roze en Blommekens. Piet De Baets