Het moet kort na de oorlog einde de jaren ’40 geweest zijn. Eeklonaar Pauwel (Pol) De Dycker, ingenieur en uitvinder, heeft een fabriekje waar jutezakken worden gemaakt. De weverij ligt langs de Oude Gentweg, een zijstraatje van de Eeklose Gentse steenweg achter de hoek waar momenteel het benzinestation Lukoil (voorheen Seca) gevestigd is. Pauwel is de broer van de toen bekende tandarts Louis De Dycker in de Molenstraat. Kortom een bekende en gerenommeerde Eeklose familie.
De weverij had een groot cliënteel. Vooral boeren, fruitkwekers, kolen en aardappelhandelaars die de stevige jutezakken in diverse formaten voor allerlei opslagdoeleinden gebruikten.
Maar de zakken werden ook gebruikt voor verpakking van koffie, meel, zaden, noten, rijst, enz. Onder de grote afnemers ook De Post, die de zakken gebruikte als verpakking voor luchtpost, met bestemming Amerika en Congo. Maar de grote baas van De Post had aan Pauwel al diverse keren gevraagd om zijn zakken extra sterk te weven, want regelmatig scheurden de naden open bij het laden en lossen van de vliegtuigen.
Jutezakken hadden inderdaad twee zijdelingse naden waarmee de twee helften aan elkaar werden gestikt. In die tijd werden de zakken (vol brieven) nog vanuit de laadruimte van het vliegtuig naar beneden gegooid naar een mannetje op het tarmac die ze opving en stapelde. Soms werd al eens een zak ‘gemist’. Die vloog dan met een smak op de grond waarbij de naden scheurden en de inhoud met brieven werd verspreid. Soms ook op een natte ondergrond, met alle gevolgen vandien. Want brieven werden in die tijd per definitie op zeer licht papier van een paar gram geschreven om de dure verzendingstaks te omzeilen (zie voorbeeld). De binnenkant was speciaal bedrukt met een soort raster om het onmogelijk te maken de doorzichtige binnenkant te lezen…

Patent
Het verzoek van de Postbaas hield Pauwel De Dycker lang bezig. Hij kon wel zijn naden versterken, maar dat bleek geen garantie op het openspatten.
Bovendien broedde hij op een specie die zijn zakken ineens ook waterdicht zou maken. Na lang experimenteren vond hij de oplossing: een weefsysteem waarmee hij naden overbodig maakte door zijn zakken in één beweging “rond” te weven zonder naden. Hij had de ‘naadloze’ jutezak uitgevonden. Later bracht hij aan de binnenkant ook een vochtwerende materie (nylon?) aan, allemaal in hetzelfde productieproces. Hij ging met zijn vondst naar het uitvinderssalon in  Brussel en haalde de eerste prijs. In 1960 nam hij een internationaal patent op zijn uitvinding en vond van toen af als enige leverancier ook in het buitenland gretige afnemers voor zijn unieke jutezak.

Piet De Baets