De sleutelclub vormt al van vóór het proces Jespers vanaf de jaren ’75 een rode draad in het Eeklose roddelcircuit. De wildste verhalen deden de ronde over deze exclusieve sexclub, waar paren samenkomen in chique villa’s en de mannen uit een hoed een willekeurige sleutel halen, waarna ze op zoek gaan naar de kamer waarop de sleutel past, op weg naar de gewillige dame die achter de deur naakt op de toevalsheer ligt te wachten...

Men wees villa’s aan, fluisterde namen, en ook de recherche(toen nog BOB genoemd) luisterde mee.
Onderzoeksrechter Jespers kreeg deze zaak toegewezen. Hij liet nummerplaten van bezoekers aan bepaalde villa’s noteren en stuurde politiemensen uit voor nader onderzoek.
Hij nam het dossier mee naar zijn privéwoning en later werd verteld dat er nooit  nog sporen ervan op zijn justitiebureel opgedoken zijn.
De pers schreef er over. Piet Korrel, schuilnaam voor Michel Casteels, een bekende sensatiereporter uit Gent, schreef voor Het Laatste Nieuws en later voor het roddelblaadje Kwik. Hij contacteerde ons destijds om meer nieuws over deze Eeklose club te kunnen sprokkelen.
Wijzelf (29) waren amper met Taptoe begonnen en roken onmiddellijk de journalistieke meerwaarde ervan voor ons blad. Onze onlangs overleden vriend Patrick Ysebaert illustreerde (december 1975) deze zaak voor ons met een tekening die destijds monkelende hilariteit opwekte (zie standbeeld hierbij).
Met jeugdige overmoed trokken we toen onvervaard naar een bekend veearts uit de streek die algemeen als voornaam lid van de sleutelclub werd genoemd. We vlogen door een verontwaardigde man op slag buiten. En we schreven dan maar het verhaal over dit mislukt interview, wat opnieuw voor de nodige sensatie zorgde. Want had die man wat te verbergen misschien?
Op het proces Jespers werd meermaals naar de Eeklose sleutelclub verwezen. De zeldzame uitval van Guy Jespers die dreigde ‘namen te zullen noemen’ werd door zijn advocaat in de kiem gesmoord. De assisenvoorzitter schorste onmiddellijk de zitting voor enkele uren.
Dit alles deed de mythe van de sleutelclub weer oplaaien.
Jarenlang is er intussen geroddeld, geschreven en gefantaseerd over dit uniek fenomeen.
Nooit is er enig duidelijk spoor, naam of concrete aanwijzing naar boven gekomen. In al die jaren niet. Nog altijd niet, en we zijn ondertussen 35 jaar later.
Nu we deze reeks over het proces Jespers terug uit de vergetelheid haalden, hebben we nog eens navraag gedaan in Eeklo bij hen die destijds al dan niet heimelijk als clubleden genoemd werden. Velen zijn ondertussen al gestorven, anderen al 60-70 jaar oud.
En tot onze verbazing wordt er nu veel opener en minder mysterieus gedaan over wat intussen stilaan als een hardnekkige Eeklose stadslegende de eeuwigheid ingaat.
Persoonlijk zijn wij er meer en meer van overtuigd dat deze sleutelclub nooit heeft bestaan!
Het was destijds “in” om er over te roddelen en over op te scheppen met zogezegde namen en plaatsen.
Eén bekend iemand uit het  destijds befaamd uitgangs- en caféleven vertrouwde ons de waarschijnlijk juiste toedracht en achtergrond toe.
“We kwamen die tijd iedere zondagvoormiddag samen met een tiental habitués in café De Gouden Leeuw bij Guido en Mia, hét burgercafé bij uitstek” (nu KBC bank op de Grote Markt) om er ons wekelijks babbeltje te slaan. Bekenden daartussen waren Herman Bonte(+), Maurice Van Acker, Ralph Dehulsters (+), Dr. André Van Hauwenhuyze en zijn broer Paul, Denis Naessens,  architect Luc Verstraete (+), Hubert Pauwels, Walter Bastien(+), Walter Van der Bruggen(+), Etienne De Tollenaere, Roger Valcke, enz. Het is daar dat iemand uit het gezelschap voor de grap eens het voorstel deed om een sleutelclub te stichten, met alle fantasietjes die daar achteraf vanzelf zijn bij-gefantaseerd. De sleutelclub was geboren. Weliswaar als grap, maar de suggestie ging vlug een eigen leven leiden. Wat als onschuldige cafépraat was bedoeld, had niet veel nodig om tot een hardnekkige mythe uit te groeien”.
Dit verhaal zou wel eens de unieke nuchtere waarheid kunnen zijn.
Meer hoeven we ons daarover na al die jaren niet meer bij voor te stellen. Wellicht? 

Piet De Baets