Nu de herfst langzaam zijn intrede doet, begint de natuur zichtbaar te veranderen. De bladeren aan de bomen verkleuren, de eerste eikels en kastanjes liggen op de grond en er zijn weer paddenstoelen. Want die zijn onlosmakelijk verbonden met de herfst. Of toch niet?
Dat veel mensen paddenstoelen associëren met de herfst is niet zo heel gek. Paddenstoelen leven van de afbraak van levend en dood materiaal. In de herfst is er veel afbreekbaar materiaal beschikbaar in de vorm van gevallen bladeren en daarom zie je dan veel paddenstoelen onder bomen. Maar er zijn ook paddenstoelen die in graslanden voorkomen en weer andere soorten parasiteren bijvoorbeeld op bomen. Paddenstoelen hebben de herfst dus niet nodig om te groeien en je vindt ze dus ook in de lente en de zomer. De winter is over het algemeen wel te koud voor paddenstoelen.
De afgelopen jaren waren er zeer veel paddenstoelen te zien, vanaf de lente tot en met de herfst. Er waren ook opvallend veel grote exemplaren waar te nemen. Ze lijken te profiteren van de veranderingen in het klimaat. Ze groeien namelijk extra goed in warme, vochtige omstandigheden, waarmee we bijvoorbeeld de afgelopen zomer veel te maken hadden.
Het gaat dus redelijk goed met de aantallen paddenstoelen, maar dat betekent nog niet dat het ook goed gaat met paddenstoelen in het algemeen. Van de ruim 4.800 soorten die voorkomen in Nederland en België staat op dit moment één derde op de Rode Lijst van bedreigde soorten. Vermesting en verzuring zijn twee bedreigingen. Van deze 475 naaldbossoorten staat 70 % op de Rode Lijst.
Sinds de jaren tachtig, met het aanleggen van een database met paddenstoelengegevens,  zijn er zeer veel nieuwe soorten ontdekt. En nog steeds valt er veel te leren en te ontdekken over paddenstoelen. En daar lijkt de herfst dan toch wel de meest geschikte tijd voor. Want terwijl de rest van natuur zich opmaakt voor de rust van de winter, laten paddenstoelen zich nog even in al hun glorie zien!