Opnieuw is de Ronde van Italië volop aan de gang met afloop op 27 mei aanstaande.
Veertig jaar is het ondertussen geleden dat nog eens een Belg won. De laatste drager van de “roze” trui als eindwinnaar kwam bovendien uit Waarschoot. De triomfantelijke intocht van hun dorpsgenoot bij zijn thuiskomst herinneren oudere inwoners zich nog levendig. Taptoe ging de nog steeds in Bellebargie wonende Waarschotenaar opzoeken en met hem potentiële opvolgers voor zijn heldendaad afwegen.

Nipt verloren
Zijn eerste grote overwinning was de Ronde van Romandië in 1976. Hij reed toen voor Brooklyn, als ploegmaat van Roger De Vlaeminck. In de Giro van dat jaar slaagde de ploeg er niet in één kopman te selecteren. Johan De Muynck deelde het kopmanschap met De Vlaeminck en De Witte. Twee dagen voor het einde van die ronde stapten De Vlaeminck en De Witte uit koers. En dat terwijl De Muynck op dat ogenblik leider was in het klassement.
“Om uit te rusten,” klonk het naar eigen zeggen. Maar De Muynck was op slag wel twee steengoede ploegmaats kwijt die hij de volgende twee dagen nog hard nodig had. Tijdens de voorlaatste rit viel hij ten koste van belangrijk tijdverlies. Hij verloor de ronde met 19 seconden... Later ging het verhaal dat Roger De Vlaeminck als kopman de overwinning aan De Muynck, zijn knecht,  niet gunde. Veertig jaar later zijn ze nog steeds geen vrienden.
Twee jaar later (1978)  slaagde ‘Muynckske’, ondertussen overgestapt naar een andere ploeg, er wél in om de Ronde van Italië te winnen. Dat was meteen de grootste overwinning uit zijn carrière. Van 1980 tot 1983 nam hij deel aan de Tour de France, maar verder dan een vierde plaats in het eindklassement geraakte hij niet. Op zijn 35e stopte hij met wielrennen en begon als vertegenwoordiger.

Tim Wellens?
“Mijn eigen schuld, hé”, lacht Johan De Muynck. “Ik had maar zelf voor een opvolger moeten zorgen. Maar neen, ik zie niet meteen een Belgische renner die in staat is om de komende jaren een grote ronde zoals de Giro of de Tour te winnen”.
De toon is gezet.
De organisatoren van de Giro zaten nooit om een stunt verlegen: de steilste en meest onverharde bergpaden zoeken ze op. In 1978, toen Johan De Muynck won, moesten de renners over een smal ponton over het Canal Grande rijden in Venetië. Dit jaar, op 4 mei, startte de Ronde van Italië zowaar in... Jeruzalem. Na de proloog en twee ritten, staken de renners de Middellandse Zee over naar het Italiaanse schiereiland. Er kwamen een dertiental Belgen en met Lotto-Soudal één Belgische ploeg aan de start. Ritwinst en eventueel een dichte ereplaats in het eindklassement, door bijvoorbeeld een Tim Wellens, is het hoogste waar de Belgen op mikken. Met een eindzege houdt niemand echt rekening.
Ooit was het nochtans anders: in de jaren zeventig wonnen de Belgen zes edities (Merckx in 1970, ‘72, ‘73 en ‘74), Michel Pollentier in 1977 en Johan De Muynck in 1978, terwijl hij in 1976 op 19 seconden achter Felice Gimondi ei zo na de eindzege miste.

“Dagje uitkiezen”
De voorbije jaren kregen veel Belgische renners het predicaat ‘Rondehoop’ opgekleefd. Maar niemand maakte de hooggespannen verwachtingen waar. Jurgen Van den Broeck (vorig jaar gestopt) eindigde in 2008 zesde in de Giro, en vijfde in de Tour van 2010, maar door de dopinggevallen van Contador en Mensjov belandde hij met enkele jaren vertraging als derde op het podium. Ook Wim Van Huffel wekte even de hoop de Giro te kunnen winnen door bij zijn debuut in 2005 als elfde te eindigen, maar bevestiging bleef uit. Ook Kevin Seeldraeyers, uit Maldegem, stak in 2009 de neus aan het venster. Hij werd tiende in zijn eerste Giro en won als eerste Belg in een grote ronde de witte trui als beste jongere. Maar ook hier geen bevestiging nadien. Thomas De Gendt bleek nog de grootste hoop, zeker nadat hij in de Giro van 2012 de bergrit met aankomst op de beruchte Stelvio won en even op 4 seconden na in het roze reed. Finaal eindigde hij dat jaar derde. Maar ook voor hem was geen eindzege weggelegd.
Johan De Muynck: “Ik denk dat Thomas een verstandige keuze maakte door voor ritwinst te gaan in de grote rondes, in plaats van voor de eindzege. Misschien dat dat laatste hem teveel stress gaf. Als klassementsrijder moet je er elke dag staan. Ga je alleen voor ritwinst, dan kan je er je dag uitkiezen, wanneer de klassementsrijders er eens minder zin in hebben. Op die manier heeft hij toch al een mooi palmares aan ritzeges in rondes bijeen gereden. Zo won De Gendt onlangs nog een rit in de Ronde van Romandië en de punten- en bergtrui.”
Ook Tim Wellens ziet Johan De Muynck geen grote ronde winnen.
“Wellens kan bijvoorbeeld moeilijk tegen de hitte, niet bepaald een voordeel als je in mei in Italië moet rijden, en in juli in Frankrijk. En naarmate zijn status in het peloton groter stijgt (Wellens won in het voorjaar de Brabantse Pijl) zal het steeds moeilijker worden om weg te geraken uit de groep,” merkt De Muynck op.

Knesselaars talent
Toch is de opvolging misschien toch dichterbij dan gedacht? Veel wielerkenners hebben hun hoop alweer op een nieuw aankomend klimtalent gevestigd: Bjorg Lambrecht, ook een Meetjeslander. Het klimmertje uit Knesselare is toe aan zijn eerste seizoen bij de profs.
Johan De Muynck: “Het is nog een beetje te vroeg om dat te zeggen, maar ik denk dat ook hij eerder op ritwinst zal mikken dan op een klassement. Ik geef hem kans om een kleinere ronde te winnen of een top 10-plaats in een grote ronde”.
Voor de huidige Giro die 27 mei afloopt, kijkt de gewezen Girowinnaar vooral uit naar de prestatie van Loïc Vliegen.

De Giro van 1978.
Terug naar de Giro van 1978.
Behalve hijzelf rekende niemand hem echt tot de topfavorieten. Eerder de Italiaanse kemphanen Moser, Saronni en Baronchelli. De Muynck was zijn verlies van twee jaar eerder in de laatste tijdrit niet vergeten. Door een val én in de steek gelaten door zijn toenmalige Brooklyn ploegmaten De Witte en De Vlaeminck. Begin 1978 was hij daarom overgestapt naar het Bianchi-Faema-team. De ploeg wilde met twee kopmannen, Gimondi en De Muynck, naar de Giro trekken, ook al beweerde Gimondi dat zijn tijd voorbij was. Het kwam er dus voor de Waarschotenaar op aan om eerst binnen zijn eigen team duidelijk te maken wie de man in vorm was. Al in de derde rit sloeg de Waarschotenaar toe. Hij won de rit naar Cascina en nam het roze, met 52 seconden voorsprong op Saronni.
“Toen ik daar met die roze trui op het podium stond, dacht ik: Dit is en blijft de mijne”, vertelde Johan De Muynck tien jaar geleden in het boek ‘De Roze Panter’, dat Willy Cardon schreef voor onze uitgeverij Taptoe. Nadien werden seconden na elkaar genomen en gegeven, een jojo effect, onder meer met de Duitser Dieter Thurau. Maar De Muynck fietst ook ploegmaat Gimondi op meer dan vier minuten.

Onverwachte hulp
“Die avond werd er op mijn kamerdeur geklopt. Het was Felice himself. Ik vreesde eerst nog onder mijn voeten te krijgen voor mijn manier van koersen die dag, maar hij kwam gewoon zeggen: ‘Vanaf vandaag is het voor jou’”. Gimondi had meteen binnen de ploeg de puntjes op de ‘i’ gezet. Tijdens het verdere verloop van de Giro kwam De Muynck dan ook niet echt meer in de problemen. Slaagde een tegenstrever er al in om dichter te komen, de volgende dag bekocht hij steevast die inspanningen met een groter tijdsverlies. In de zware bergrit van 19 mei kreeg de Muynck wel even hulp uit onverwachte hoek. In een beklimming kwam hij met enkele andere renners, onder wie Moser, ten val. Het was warempel Roger De Vlaeminck die Johan snel terug in het zadel hielp en zijn eigen kopman Moser op eigen kracht overeind liet krabbelen…
“Geen tijd verliezen, elke seconde die je verspeelt, kan fataal zijn. Je haalt ze nog wel in”, riep De Vlaeminck zijn streekgenoot na, nadat hij hem weer op gang had geduwd.

Laatste bedreiging
Een ander cruciaal moment was de tijdrit, een week voor het einde van de Giro, in en rond Venetië. Bij wijze van stunt moesten de renners op een 150 meter lang smal ponton rijden over het Canal Grande. Toen de roze trui als laatste het water over moest, begon het te regenen en te stormen.
De Muynck (in zijn boek): “Die drijvende brug over het Canal Grande zag je zo heen en weer dobberen.... Ik vreesde dat ik er zou uitglijden en in het water terechtkomen. Stel je voor: de roze trui in het kanaal van Venetië…”
Maar de schade valt mee en hij loopt zelfs uit op zijn achtervolgers. Met Moser op 45 seconden gaat de laatste bergrit over het privé trainingsparcours van de Italiaanse kampioen. Even spannend maar Moser verliest ruim anderhalve minuut. Alleen Baronchelli blijft nog een bedreiging, tijdens de laatste bergrit op vrijdag.
“Daags voordien, in de klim op de Bondone, had hij mij gesmeekt hem er niet af te rijden, zodat hij tweede kon blijven in de stand achter mij. Hij beloofde in ruil niks meer te ondernemen, als hij in mijn wiel mocht blijven”, herinnert de Waarschotenaar zich nog.
En toch probeert Baronchelli nog, in een kletsnatte gevaarlijke afdaling, om de roze trui er af te rijden !
De Muynck: “Maar dat lukte hem niet, want even verder schoof hij onderuit op zijn buik. Ik kon het echt niet laten hem toe te roepen: ‘Klootzak!’.
De zondag daarop in Milaan rijdt de roze eindwinnaar definitief over de eindmeet.
Het zou de mooiste en grootste overwinning uit zijn loopbaan zijn. In 1980 stak hij tijdens de Tour ook nog de hand uit naar de eindzege, maar finaal eindigt hij daar 4de. De Muynck stopt in 1983 met fietsen en begon aan een tweede loopbaan, die hij tot aan zijn pensioen op 65 zou volhouden: vertegenwoordiger in bakkersmeel.

Piet De Baets