Hannelore Coulembier, legt bijna elke werkdag ruim 40 kilometer over en weer naar Eeklo vanuit Gent af per fiets.  “Ik doe het nu al zowat anderhalf jaar, voor het milieu maar lang niet alleen daarvoor”, zegt ze.

Hannelore: “Ik woon in de buurt van de Gentse Palinghuizen en dat is iets meer dan 20 kilometer tot op school. Vroeger kwam ik met de wagen. Ik had geluk, want de files stonden telkens in de tegenovergestelde richting. Wanneer ’s morgens iedereen Gent probeerde binnen te rijden, reed ik fluks de andere kant uit. En toch werd ik op een bepaald moment die N9 zó beu. Ik dacht: Ik wil gerust tot mijn 67ste werken, maar dan niet langs die saaie baan! Even probeerde ik het met de trein, maar dat was ook niet ideaal. Het gaat snel, dat wel, maar je zit heel erg vast aan uren. Tijdens vergaderingen zat ik steevast in mijn achterhoofd met de laatste trein die ik moest halen.”

Uitwaaimoment
“Nadien werd het dus een elektrische fiets. Er zijn natuurlijk wel dagen dat ik toch met de trein of de wagen kom. Als het glad ligt bijvoorbeeld of het stormt, kom ik met de trein. Of met de auto als ik laat moet werken op school. Maar 90% van mijn verplaatsingen doe ik met de e-bike. Waarom? Voor het milieu! Dat is mijn hoofdreden. Maar ik heb nog meer redenen. Dat uur op de fiets is mijn uitwaaimoment. Ik kan daar zo intens van genieten. En bovendien ben ik als Gentse een groot voorstander van het mobiliteitsplan in de stad. Dat heeft ervoor gezorgd dat parkeren erg duur is, dus ook daarvoor is fietsen goed.”
“Aan een speed pedelec die 45 kilometer per uur rijdt, heb ik al gedacht, ja. Maar ik weet niet of ik daar durf mee te rijden. 45 is ook snel, hé. En we hebben hier geen brede fietssnelwegen zoals tussen Antwerpen en Mechelen.” 

Goed verlicht
“Goede fietskledij is essentieel. Ik fiets altijd in kleren die vuil mogen worden. Met onze Vlaamse fietspaden rijd je wel eens door een plas. Ik heb geen zin om daarvoor constant op mijn hoede te moeten zijn. Op maandag neem ik een aantal sets propere kleren mee naar school en ik kleed me om als ik aankom. Verder heb ik een jas die spectaculair reflecteert en rijd ik goed verlicht rond. Op mijn stuur heb ik een tasje waar altijd een paar handschoenen en een sjaal klaar zitten en mijn schoolspullen berg ik op in heel degelijke waterdichte fietstassen, die tegelijk dienst doen als boekentas.”

(PDB)