Misdaden in het Meetjesland:

Vrouwen die van hun partner af willen, grijpen wel vaker naar gif en pillen. Maar als dat niet snel het verhoopte resultaat oplevert, grijpen ze naar zwaardere middelen. Zoals die echtgenote die in 1991 haar man eerst verdoofde met slaappillen, hem daarna de schedel insloeg met een hamer en toen hij nog niet dood was, hem tot tweemaal toe overgoot met benzine en in brand stak. Het leverde haar een levenslange celstraf op.

Voetbal en koers

Het boterde al een tijdje niet meer zo goed in het gezin, dat met twee zonen in een villawijk in het Meetjesland woonde. De ouders kenden elkaar al vanaf kindsbeen: ze woonden in dezelfde straat en speelden hele dagen met elkaar. De vriendschap werd liefde en ze trouwden al jong, ook al waren hun ouders daarvoor niet enthousiast. Er kwamen snel twee zonen en een verhuis van de grootstad naar een villa op ‘den buiten’. Maar mensen veranderen. De man had zijn hobby’s: naar de voetbal en de koers en voor de rest werken. Zij wou een moderne, geëmancipeerde vrouw zijn, met hobby’s, geregeld het huis uit, alleen of met haar man. Maar met hem kon ze alleen naar de koers. Dus trok ze er meestal alleen op uit, onder meer met enkele vriendinnen elke donderdag naar de markt in Eeklo. Een glas drinken. Haar man zag het met lede ogen aan. Hij was doodsbang dat zijn gezin zou overkomen wat hij als kind zelf meemaakte: zijn vader, aan de drank, liet moeder en tien kinderen in de steek.

Moordplan

Maar eind augustus, zo’n 25 jaar geleden, leek het onvermijdelijke toch te gaan gebeuren: er kwam een notaris langs om alle bezittingen van het koppel te noteren, met het oog op de echtscheiding en de boedelverdeling. Er kwamen ook twee rijkswachters mee, omdat de notaris vreesde dat de vrouw voor problemen zou zorgen. Dat deed ze niet, maar haar man tekende die dag wel zijn doodsvonnis.
“Mijn echtgenoot voerde toen het woord. Hij zette alles naar zijn hand en eiste de hoede over de zonen. Hij alleen kon er voor zorgen, omdat hij werk en een inkomen had. Ik, die al die jaren niet meer uit werken ging en alleen het huishouden deed, was blijkbaar van geen tel meer. Het trof me pijnlijk. Ik begon te piekeren. En de volgende dag...”, getuigde ze tijdens haar proces.
De vrouw zag nog maar één oplossing voor de echtelijke problemen: “Ik moet van hem af”. Ze kon niet leven met de gedachte dat ze afstand zou moeten doen van haar woning, zonen en meubelen. Meteen zette ze een huiveringwekkend moordplan in gang, dat zo leek weggeknipt uit de betere horrorfilm. Alleen, het scenario had ze niet echt goed ingestudeerd.

Toorts

Toen ze het dessert voor ‘s avonds bereidde, mengde ze drie geplette Rohypnol- slaappillen in zijn portie chocolademousse. De zonen waren het huis uit en de man viel al vlug in een diepe slaap op de keukentafel.
“Daarop haalde ik een hamer en een bus benzine uit de garage”, gaf de vrouw toe. Het was de bedoeling haar man eerst dood te slaan en dan zijn lichaam te verbranden om nadien de asse met het huisvuil mee te geven. Ze sloeg de man hard op het hoofd, waardoor het bloed op de vloer en de muur spatte, maar de man ook wakker schrok van de pijn. Hij probeerde zich te verweren, maar de vrouw duwde hem omver. Half bewusteloos valt hij neer op de keukenvloer. Ze sleept hem met een bloedig spoor tot in de tuin, vlak naast de garage, overgiet zijn borst met benzine en steekt een lucifer aan. Weer wordt de man wakker en hij slaagt er als bij wonder in de vlammen te doven met zijn handen. Hij probeert nog overeind te komen, maar struikelt. Zijn vrouw giet vliegensvlug de rest van de benzine over hem en steekt voor de tweede keer een lucifer aan. Ditmaal brandt hij als een toorts, zelfs struiken in de buurt vatten vuur.

Werkloos

Een buurman, die net was thuis gekomen van reis, hoorde het rumoer in de tuin van de buren.
“Ik duwde een stukje haag opzij en wat ik zag was verschrikkelijk. Een man op het gazon, een lichaam in vuur en gloed”.  Onder het oog van een lijdzaam toeziende echtgenote, blust de buur met hulp van zijn inderhaast bijgeroepen dochter het vuur, legt natte doeken en dekens op het lichaam en besprenkelt de buurman onophoudelijk met de tuinslang, tot de opgeroepen hulpdiensten toekomen.
“Terwijl wij bezig waren, bleef de buurvrouw met gekruiste armen werkloos in het deurgat staan. Ze staarde voor zich uit en riep: “Hij heeft toch wel zichzelf in brand gestoken, zeker ? En met een hamer op zijn eigen hoofd zitten slaan, maar eerst slaappillen geslikt”.
Ondanks het onsamenhangend en vergezocht verhaal hadden we toen nog medelijden met haar en hebben haar meegenomen naar ons huis. Het eerste wat ze vroeg: “Mag ik mijn handen eens wassen?”.

Zelfmoord?

Terwijl het zwaargewonde slachtoffer naar het Gentse UZ werd gebracht, werd de vrouw een eerste keer verhoord door de rijkswacht. Ook toen het parket afstapte, hield ze vol dat haar man zelfmoord had willen plegen. Pas toen de speurders haar confronteerden met het lege benzineblik, het bloedig sleepspoor, en de vele andere ongerijmdheden in haar verklaring, bekende ze.
“Ik wou hem laten verdwijnen, zijn verbrande resten in de vuilnisbak stoppen en zo laten verdwijnen”, was haar primaire uitleg. Zij werd opgesloten op verdenking van moordpoging en de twee zonen werden opgevangen door familie.
Een week later had de gebruikelijke reconstructie plaats. Buren kropen zelfs op het dak van hun woning, om toch maar alles te kunnen volgen. Ze zagen hoe de vrouw vrij onbewogen de zaak overdeed.
Intussen vocht in het brandwondencentrun van het UZ Leuven haar man voor zijn leven, een onmogelijke strijd die hij tien dagen na de feiten zou verliezen. Het zorgde ervoor dat de vrouw anderhalf jaar later voor het Oost-Vlaamse Hof van Assisen moest verschijnen, op beschuldiging van moord.

Het proces

Het beloofde een pleitwedstrijd te worden tussen twee tenoren van de advocatuur: (de intussen overleden) Piet Van Eeckhaut voor het slachtoffer en Jef Vermassen voor de beschuldigde.
De zonen van het koppel en hun beider familieleden kwamen uitgebreid getuigen, maar het was vooral uitkijken naar de getuigenis van de gerechtspsychiater. Hij moest antwoord geven op de vraag waar volgens de voorzitter van het Assisenhof het hele proces rond draaide: “Waarom? Ik begrijp het niet, mevrouw. Hoe kon je zoiets verschrikkelijks doen?
Volgens de psychiater kampte de beschuldigde in de periode voor de feiten met een probleem waarmee wel meer vrouwen af te rekenen hebben.
“De niet-werkende echtgenote, de huisvrouw, die haar kinderen volwassen ziet worden. Na het ontbijt blijft ze alleen achter in het stille huis. Geen kat te zien, geen mens te horen, nog maar eens opnieuw opkuisen en poetsen, het interieur nog maar eens herschikken. En wat doe je daar aan, als vrouw in de bloei van je leven?”
De laatste maanden voor de feiten was ze zo ver gekomen dat ze tegen de middag al vijf of zes pintjes op had. Alcohol als verraderlijk middel tegen de eenzaamheid.
De psychiater had het ook over het slachtoffer.
“Hij was een man die het best meende. Van nature was hij echter een pessimist, een doemdenker. En hij had een heilige schrik voor herhaling van wat hij in zijn trieste jeugd had meegemaakt. Hij wou bijgevolg voorkomen dat ook zijn huishouden naar de haaien ging. Vandaar dat hij zo zwaar tilde aan de pilsjes die zijn vrouw thuis zat in te schenken en aan haar geregelde uitstapjes met vriendinnen....”.

Uitgelokt?

Volgens Piet Van Eeckhaut kon er geen twijfel over bestaan.
“Een vrouw die in naam van haar ontspoorde vrijheid haar man de vuurdood injaagt is 100 % schuldig. Haar ontevredenheid over de houding van de, inderdaad, conservatief ingestelde echtgenoot, laten ontaarden in haat en wraakzucht, is de voorbedachtheid bij de huiveringwekkende moord”, sprak hij met wijdse gebaren op de hem zo typerende, breedvoerige manier.
Voor Jef Vermassen, als verdediger van de vrouw, waren de feiten uitgelokt. “Ze heeft gehandeld in een blinde radeloosheid en na de explosie stond ze voor een ravage die ze niet heeft gewild. Haar leven is nog te kort om te beseffen wat ze heeft aangericht, om te achterhalen wat voor monsterachtigs in haar is gevaren. Na jaren van banale misverstanden is hun huwelijksboot gekapseisd. Als schipbreukelingen bleven ze elkaar om de oren slaan. Gewoon omdat ze geen afstand konden nemen van wat hen bond: het nieuwe huis, het imago van hun gezin. Ze gingen er beiden aan ten onder”.
De jury had echter geen oren naar Jef Vermassen. Ze bevond de vrouw schuldig aan moord en gaf haar levenslang. Ze was een modelgevangene en werd zelfs de vaste poetsvrouw van de directeur. Ze zat uiteindelijk zo’n tien jaar of een derde van haar straf uit, want in ons systeem komt levenslang neer op 30 jaar. Ze trok weg uit het Meetjesland en bouwde elders, zoals dat heet, een nieuw leven op.
Piet De Baets