Verzamelaars: je hebt ze in alle maten en gewichten. Wat ze ook zoeken op rommelmarkten in alle uithoeken van het land (of erger, het buitenland), op hoeveel met het hoofd schudden van partners, familie en vrienden ze ook botsen, ze blijven hun collectie uitbouwen en zoeken naar dat ene, unieke stuk.
Het fenomeen is zelfs wetenschappelijk onderzocht. De Koning Boudewijnstichting ontdekte zelfs een patroon: een toevallige vondst leidt tot een obsessie met maar één doel: de collectie blijven en steeds opnieuw blijven aanvullen. Tijdens een studiedag vorig jaar kwamen specialisten echter tot de conclusie: verzamelen is geen ziekte.
Verzamelaars zijn gul. De financiële middelen die ze eraan besteden, gaan soms ten koste van henzelf en hun familie, maar altijd voor het hogere doel van hun collectie zelf.
Taptoe zorgt ervoor dat ze met hun passie minstens eenmaal uit het verborgene kunnen komen om het grote publiek een blik te gunnen op hun soms ziekelijke, soms zotte, maar altijd bewonderenswaardige en gepassioneerde verzamelwoede.
Doorbraak via zeevaart
Alle verzamelaars zijn op zoek naar zeldzame spullen voor hun verzameling. Maar sommige verzamelaars zijn zelf een zeldzaamheid.
Wolfgang de Backer (74) uit de Zandvleuge in Eeklo is er zo een. Hij is in Vlaanderen een van de weinige verzamelaars van… zandlopers. Op hun beurt ook weer een zeldzaam onderwerp.
“Zo heb ik de laatste twee jaar op de Eeklose rommelmarkt van ‘t Kaaiken welgeteld slechts één zandloper kunnen kopen”, zucht de man, die er wel al een 500-tal heeft staan….
Het was zijn grootmoeder die bij Wolgang de Backer – “maar iedereen kent mij als Wolf” – de passie voor de zandloper deed oplaaien. Dat toestelletje is bij nader inzicht, na de zonnewijzer, de oudste manier om tijd aan te duiden.
De eerste zandlopers zouden - als je Wikipedia mag geloven - al bestaan hebben in de vierde eeuw, om dan enkele eeuwen te verdwijnen tot hun comeback in de achtste eeuw en hun doorbraak in de scheepvaart in de veertiende eeuw. Stuurmannen gebruikten ‘onze eier-kooktimer’ om te meten hoeveel knopen in een lang touw een schip aflegde, terwijl een zandloper zichzelf leegde.
Zeldzaam
“Zo’n 50 jaar geleden vond ik er een bij mijn grootmoeder. En dat je dat zand maar kon blijven laten lopen, als een soort perpetuum mobile, dat fascineerde mij”, vertelt Wolf.
Wolfgang: “Maar omdat er zo weinig verzamelaars van zandlopers rondlopen, is het vinden van waardevolle stukken geen sinecure. Want beurzen zijn er niet, dus heb ik de voorbije 40, 50 jaar vooral rommelmarkten afgezocht. Meestal kosten ze tussen de 5 en 15 euro het stuk. Ik kreeg er ook via mijn broer, die inboedels opkoopt na overlijdens en verder via vrienden die er soms uit het buitenland meebrachten, vooral uit Spanje en Frankrijk. Elders vind je ze immers niet. Het is mij niet bekend of er in Afrika en Azië zijn. Vorige week kwam mijn buurvrouw, die aan het verhuizen was, er mij nog eentje brengen. Ik liet er ook een paar zelf maken, door een goede vriend van mij. Ik bezorgde hem het glas met het zand erin, hij draaide op zijn draaibank een omhulsel. Dat biedt alvast het voordeel dat die uniek in de wereld zijn”, glimlacht de verzamelaar.
Ruilen moeilijk
Het (voorlopige) eindresultaat zijn twee kasten vol, met zo’n 500 zandlopers. Van heel minuscule – “ik heb er die in manchetknopen zitten” – tot forsere exemplaren van zo’n 20 tot 25 centimeter groot. En sommige exemplaren heeft hij dubbel of driedubbel. Maar waarom ruilen er niet meteen inzit kan hij uitleggen.
“Ik ben nog nooit een andere verzamelaar van zandlopers tegengekomen”, mijmert Wolfgang. “Ik heb ooit eens gehoord dat er in Zelzate iemand was die dat ook deed, maar ik heb nooit een naam geweten. Ik begrijp niet waarom zo weinig mensen dat doen”.
Ook in antiekzaken is er weinig belangstelling voor zandlopers.
Wolfgang: “Zo’n 25 jaar geleden stapte ik in Antwerpen een antiekwinkel binnen en zag er één staan. De uitbater vroeg er omgerekend een fikse 60 euro voor. Omdat ik dat te veel vond en het exemplaar niet speciaal uniek, ging ik voort. Vier jaar later stapte ik die winkel opnieuw binnen en die zandloper stond er nog altijd. Ik dacht te kunnen afbieden maar de man vroeg er nog altijd 60 euro voor. Ik vermoed dat hij er nog staat (lacht)”.
Wekker
Wolfgang beproefde ook zijn geluk via zoekertjes in kranten. Resultaat: niks! En op rommelmarkten valt er de jongste jaren al evenmin wat te rapen.
“Als je zelfs in twee jaar tijd op de grote rommelmarkt van ’t Kaaiken welgeteld één exemplaar vindt, dan sta ongeveer stil.”
De zandloper is inmiddels inderdaad ook meer verleden dan toekomst geworden. Nu timet iedere huisvrouw of kok op een moderne manier hoelang eieren moeten koken, met een keukenwekker.
Als een fles wijn
Wat hij daar dan mee doet, met die 500 zandlopers?
Wolfgang: “Een goede zandloper is als een goede fles wijn. Daar moet een laag stof op liggen. Ik zet me soms op mijn gemak voor die opbergkasten en zie hoe het stof verder op die zandlopers is gevallen. Want je kan dat niet afstoffen. Dat glas is heel fragiel om er over te wrijven. Ik heb er ooit gekocht op een markt en toen ik thuis kwam, waren ze gebroken, van het schokken”.
Taptoe: Wat is uw meest waardevolle exemplaar?
Wolfgang: “Ik heb een uniek stuk dat eigenlijk uit drie zandlopers bestaat: een van 1, 2 of 3 minuten, te gebruiken afhankelijk van hoe hard je je ei wil.”
En wat ermee moet gebeuren na zijn dood, daar heeft hij ook al een idee over.
“Wel, in Zomergem is er een school en die heeft De Zandloper. Hoe ze aan die naam zijn gekomen, weet ik niet, maar ik ben van plan om mijn collectie na mijn dood aan hen te schenken”.
Wie onder de lezers nog een zandloper op overschot heeft, kan ermee terecht bij Wolfgang de Backer aan de Zandvleuge 80 in Eeklo of op 0473/880.251.

Piet De Baets