Na Gent-Wevelgem vorige week, waar winnaar Mads Pedersen profiteerde van de onderlinge rivaliteit tussen Wout van Aert en Van der Poel, moest het Wout (8ste ) even van het hart. “Er was er maar één die blijkbaar liever wou dat ik zou verliezen dan dat hij zelf de koers zou winnen. Dan heb ik het over Van der Poel (9de). Nu hebben we allebei niks”. De hele wielerwereld keek verbaasd op. Het was de eerste keer dat de twee, die ook al in het veld menig veldslag leverden en nog zullen leveren, zo verbaal met elkaar in de clinch gingen. Maar wie al langer de wielersport volgt, herinnert zich uit het verleden nog andere rivaliteiten tussen eergierige kampioenen. Soms een oudere (Van Looy) die de opkomst van een talentvolle jongere (Merckx) in zijn nek voelt. Bernard Hinault tegenover zijn latere opvolger Greg LeMond in de Ronde van Frankrijk. Van Looy die zich op de meet de zege ziet afsnoepen door ‘knecht’ Beheyt in het wereldkampioenschap in Ronse (1963). Of Roger De Vlaeminck die in Parijs-Roubaix rivaal en ploegmakker Francesco Moser tweemaal moet laten voorafgaan als winnaar zowel in 1979 als in 1980. Café zonder bier Als iemand weet hoe je verstandig moet omgaan met rivaliteit, is het Roger De Vlaeminck (73) wel, die de helft van zijn carrière moest opboksen tegen de grootste renner aller tijden, Eddy Merckx. We zochten hem op in zijn hoeve in Kaprijke. Hij sust : “Het komt wel in orde tussen Wout en Mathieu. Ze moeten hun verstand gebruiken, samenwerken en het dan op het einde onder elkaar uitvechten”. Maar de echte wielerkenners wreven zich ook in de handen. Het is alweer een tijdje geleden dat rivaliteit zo de kop opstak in het wielerpeloton. Want over één zaak zijn de wielerfans het eens: koers zonder rivaliteit is als een café zonder bier. “Ik ben blij dat we dat soort duels hebben. Dat is goed voor de sport. Dat gaat mensen naar de koers lokken, geloof me”, verklaarde Johan Museeuw, die in de jaren negentig van vorige eeuw ook rivaliseerde met ene Andrei Tchmil. Want het vaderlandse wielrennen kent zoals hoger al gesuggereerd, een lange traditie van rivaliteit. Rik Van Steenbergen probeerde aanvankelijk een aanstormende Rik Van Looy af te houden. Diezelfde Van Looy deed jaren later, toen hij al op zijn retour was, hetzelfde met ene Eddy Merckx. Na amper één seizoen in de ploeg van Van Looy hield Eddy Merckx het al voor bekeken. De rivaliteit was te groot en hij bouwde een nieuwe ploeg rond hemzelf. Zelfs ook in het veldrijden heerste een moordende rivaliteit, vooral tussen 7-voudig wereldkampioen Eric De Vlaeminck die het samen met broer Roger jarenlang opnam tegen ‘vijand’ Berten’ Van Damme, zes keer Belgisch kampioen en in 1974 wereldkampioen. Decennia later vertelde Albert Van Damme (nu 80) daarover: “De rivaliteit tussen Eric en Roger De Vlaeminck en ik was goed voor de wielersport. Wij knokten op het scherp van de snee… Ongelooflijk hoe veel volk dat naar onze crossen lokte… Eric was voor mij wat Eddy Merckx voor Roger De Vlaeminck was”. ‘Monumenten’ Roger ontkent dat niet. Merckx was zijn grootste rivaal. Hij en Eddy kunnen indrukwekkende cijfers voorleggen: Roger won 509 koersen in zijn loopbaan, Eddy Merckx 525. “Maar die reed meer dan 2.000 wedstrijden, terwijl ik die zeges in amper 1.500 wedstrijden behaalde”, merkt Roger daar altijd bij op. Hij, Merckx en Rik Van Looy zijn de enige renners die ook alle ‘Monumenten’ wonnen: de grote klassiekers Milaan-Sanremo, Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije. De Vlaeminck won er elf stuks van. Uitvechten En wat er nu gebeurt tussen Van Aert en Van der Poel, ziet hij eigenlijk graag gebeuren. Het zijn twee jonge renners naar zijn hart, die met succes doen, waar hij al jaren op hamert: het is perfect mogelijk om een (beperkt) veldritprogramma te combineren met een mooie carrière op de weg. “Tuurlijk willen die allebei winnen. Wat denkt ge, dat ze elkaar cadeaus gaan geven? Dat deden ze in het veld niet, dat gaan ze in de klassiekers ook niet doen. En ja, als ge de beste zijt, dan rijden ze op uw wiel. Van Aert moet daar geen probleem van maken. Ik deed dat ook, als Merckx meereed. En als ik de beste was in de koers, reden ze op mijn wiel. Zo gaat dat nu eenmaal. Van Aert probeerde in Gent-Wevelgem twee keer weg te geraken, maar Van der Poel haalde hem evenveel keer terug. Maar iedereen, ook Wout van Aert, zag dat Mathieu op zijn limiet zat. Van Aert had maar een derde keer moeten proberen. In het begin van mijn carrière heb ik dat ook een paar keer voorgehad, maar ge leert dat: samen de boel samenhouden en het op het einde onder elkaar uitvechten”. (Bij het ter pers gaan was de uitslag van de Ronde van Vlaanderen nog niet bekend). Piet De Baets