• Meetjesland
Deze week, op 17 februari, is het Aswoensdag. In de katholieke traditie is dit het begin van de 40 dagen durende Vastentijd, die loopt tot en met Paaszaterdag, ook Stille Zaterdag genoemd. In die veertig vastendagen worden de zondagen niet meegerekend. Aswoensdag wordt voorafgegaan door vastenavond en het carnaval. Het is niet de bedoeling om hier een soort liturgische ‘preek’ te houden, maar enkele van deze termen doen bij ons ieder jaar herinneringen naar boven komen, die onze kindertijd hebben gekenmerkt. Mogen we nog eens kinderlijk nostalgisch doen? Sluiterkensdag Nóg een volksgebruik dat stilaan aan het verdwijnen is. Vandaag de dag weten nog maar weinig mensen wat sluiterkensdag inhield terwijl deze traditie vroeger algemeen gekend en verspreid was in onze streken. Op sluiterkensdag mochten kinderen hun ouders of schoolmeester(es) ergens opsluiten of buitensluiten en pas weer vrijlaten als ze eerst iets goeds hadden beloofd (snoep, geen huiswerk, enz.). (Op)sluiterkensdag kon plaatsvinden op de vier dagen vóór Aswoensdag. Soms werd op elke dag afwisselend iemand anders opgesloten (moeder, vader, onderwijzer). Tot groot jolijt van triomferende kinderen. Askruisje Op Aswoensdag lieten gelovigen in de kerk een kruis met as op hun voorhoofd tekenen, het zogenoemde askruisje. Terwijl de priester het askruisje aanbracht (uit een potje met asse), zei hij doorgaans tegen iedere gelovige opnieuw: "Gedenk, o mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren". De as was symbolisch het overblijfsel van verbrande palmtakken die het jaar daarvoor gebruikt werden voor de viering op Palmzondag. Met het askruisje op ons voorhoofd gingen we soms nog dagenlang naar school, de meesten heel fier. Volgens Wikipedia (Google) komt het gebruik van as in de Bijbel veelvuldig voor als teken van berouw en vasten. De boeteling strooide zich as over het hoofd. Vaak ging hij daarbij gehuld in een zak, die als boetekleed werd gedragen. Vandaar de uitdrukking "in zak en as zitten". De as die werd gebruikt was door de koster klaargemaakt van palmtakjes van vorig jaar. De ooit groene palmtakjes waren verdroogd opgespaard, werden verbrand en met nog wat wijwater vermengd om ‘goed te plakken’, om de priester toe te laten telkens opnieuw een mooi kruisje te zetten. Vasten Aswoensdag was voor ons ook het begin van de 40 dagen lange vastentijd. Traditioneel werd niet gevast op de zes zondagen tijdens die periode, waardoor de totale duur van de vastentijd op veertig dagen uitkwam. Het was voor ons niet alleen het sein tot een algehele snoepstop, maar ook ‘verstervinkjes’ doen, zoals bijvoorbeeld het gedrag aanpassen, uw best doen op school en vooral iets minder uitgebreid eten. Snoep ging tot nader order in een blikken doos en er werd al eens – zoals op vrijdagen het hele jaar door – al eens meer vis klaargemaakt op andere weekdagen. Eieren rapen De dagen voor Pasen was het bevreemdend stil in de kerktoren. De klokken zijn dan naar Rome, heette het. ‘s Morgens op Witte Donderdag waren ze vertrokken. Op Paaszaterdag precies om twaalf uur ‘s middags waren ze weer terug en lieten dat dan luid horen. Dat klonk altijd spannend: de vasten was voorbij en de klokken brachten paaseieren uit Rome mee.. "Bim bam beieren, de klokken leggen eieren", zongen we. De klokken werden voorgesteld als kleine kerkklokjes, al dan niet met vleugeltjes en een gezichtje. Tijdens de Paasnacht in de vroege ochtend lieten ze hun lading (chocolade)eitjes vallen in tuinen en in parken.. Het eerste klokkengelui die morgen was voor ons als kinderen het bevrijdende startsein om naar deze eitjes te gaan zoeken. De blikken doos vol vergaard snoep mocht ook volop worden aangesproken… Piet De Baets