“Mijn tegenstrevers bleven meestal maar drie ronden rechtop”, vertelt ons Noël Van den Heuvel uit Maldegem. Met zijn drie wereldtitels op zak wordt Van Den Heuvel beschouwd als de beste Thaibokser die de Benelux ooit heeft gehad. Zijn bijnaam was “De Leeuw van Vlaanderen”, omwille van zijn snelle techniek, zijn harde stootkracht en agressieve manier van boksen.
“Ik heb overal ter wereld gebokst”, zegt hij. “En ik heb gewonnen tegen de besten: de kampioen van Thailand, de kampioen van Japan...”

Revanche
Beelden van de legendarische kamp waarin hij zijn eerste wereldtitel op 22-jarige leeftijd won tegen de Fransman Dida Diafat zijn zelfs nog te vinden op YouTube. Amper een tweetal jaar later stond hij in Marbella voor zijn tweede wereldtitel opnieuw in de ring tegen Diafat.
Meer dan 1.500 enthousiaste toeschouwers en draaiende tv-camera’s waren getuige van deze belangrijke kamp. De Algerijnse Fransman verkocht de Maldegemnaar een gemene trap in de ‘edele’ delen. Een geïrriteerde Noël sloeg de Fransman neer, die prompt werd uitgeteld, waarop diens entourage de scheidsrechter bijna te lijf ging.
Noël: “Die Diafat heeft nog iets tegoed van mij ! Als ze bellen om nog eens tegen hem te vechten, ik ben meteen akkoord (lacht). Ik heb 80 procent van al mijn overwinningen met knock-out behaald. Dan kan er tenminste geen discussie over zijn”.

Knokken na de schooluren
Van den Heuvel begon met Full Contact op 15 jarige leeftijd in Maldegem. Kwestie van een beetje beter zijn mannetje te kunnen staan, mocht het ooit nodig zijn.
Noël: “Ik ben een vrij rustig type en ben streng opgevoed. Ik was een goede student maar zat in een harde klas en soms was het wel eens knokken geblazen buiten de lestijden na school. Ik wilde niet verder studeren maar met mijn handen werken en niet met mijn hoofd. Jarenlang heb ik samen met mijn broer een sloopbedrijf gehad.”
Maar talent drijft boven en nadat hij zich in een sneltreinvaart een weg vocht door de jeugdcategorieën, leverde hij op zijn 18de al zijn eerste profkamp. Dat jaar, 1988, werd hij ook Belgisch kampioen thaiboksen en toen ging het heel snel. In 1989 werd hij Benelux-kampioen kickboksen, in 1992 Europees kampioen thaiboksen en het jaar nadien, op 22-jarige leeftijd, wereldkampioen thaiboksen en Iska kickboksen. In 1997 werd hij nog eens wereldkampioen.

Ongeschonden
En toch is hij uit de vele kampen die hij meer dan tien jaar lang wereldwijd leverde op het scherp van de snee redelijk ongeschonden uit de ring gekomen.
Noël: “De sport lijkt wel gewelddadig, maar in feite valt het allemaal best mee. Alles is gereglementeerd, je bent ook beschermd. Mijn broer voetbalde, werd getackeld langs achteren en zijn achillespees was af. Ik heb twee keer een verwonding gehad: een gekloven wenkbrauw en een gebroken vinger van het slaan. Dat is alles. Ik heb ook altijd gezegd dat ik er op mijn dertigste, op mijn toppunt, zou mee stoppen. Ik ben in september 2000 dan dertig geworden en in november was mijn afscheidskamp. Op het einde van mijn loopbaan probeerde ik het ook nog eens als ‘gewoon’ bokser. Van mijn drie kampen won ik er twee en verloor er één. Maar ik hield het al snel voor bekeken. Ik bokste niet graag, ik miste die knieën en voettrappen en ik vind het thaiboksen veel completer.”
Taptoe: By the way, wat is het verschil tussen de varianten Thai- en kickboksen?
Noël: “De ellebogen ! In het thaiboksen mogen die wel gebruikt worden, in het kickboksen niet. Bij Thai- en kickboksen mag er getrapt worden, geclinched (aangeklampt) en ook een knietje geven is toegelaten. Op die manier is het een zeer intensieve sport, want trappen geven kost veel meer energie dan louter met de vuisten werken zoals bij boksen.”
Hij is net terug van Sarajevo, waar hij als coach met de nationale ploeg deelnam aan het WK kickboksen.
“Net naast de medailles gevallen”, schudt hij het hoofd. “Onze eerste twee wedstrijden gewonnen en dan verloren op punten. Tja, die Oostbloklanden onder elkaar, hé.”

Eigen school
Hij is er intussen 49, maar kan gerust 10 jaar liegen. De liefde voor zijn sport is er nog altijd. Sinds hij zijn handel in oude metalen overliet, is hij er fulltime mee bezig, naast Belgisch nationaal coach vooral als trainer in zijn eigen club, de “Rocky Gym” op het Vliegplein in Maldegem, met wat hulp van zijn moeder en zuster.
Al een kwarteeuw intussen komen de beoefenaars van deze vechtsporten hun reflexen aanscherpen in de school van Noël Van Den Heuvel. Zijn school kent de laatste jaren een stijgend succes.  
Noël: “Het Thaiboksen zit zeker in de lift, zowel bij jong als oud. Het is ook een vollediger sport dan bvb boksen, omdat het door het trappen veel intensiever is. Je bent ook goed beschermd, zodat er weinig kwetsuren bij komen kijken en je leert natuurlijk om jezelf te verdedigen. Je wordt er niet alleen fysiek sterker van, maar ook mentaal. We hebben hier kinderen die komen trainen, vrouwen, zonen van dokters, CEO’s... Zo’n 97 procent van de leden beoefent de sport louter recreatief.”
Bij ons bezoek op een gewone dinsdagavond, even voor half acht, staat de parking van de “Rocky Gym Club” vol en niet met de minste wagens: flink wat BMW’s en Mercedessen.
Noël: “We hebben zo’n 160 leden. En zoals het wagenpark op de parking al liet vermoeden: hier vind je alle rangen en standen, behalve de onderste stand. Want neen, voor agressievelingen is hier geen plaats. Wie op dat vlak geen discipline toont, wordt aan de deur gezet. En te laat komen? Pompen! Er waren hier onlangs een viertal man die enkele minuten te laat kwamen. ‘Oei, Noël is hier’, stelden ze verschrikt vast. Ze mochten 50 keer pompen” (lacht). Het is hier echt ‘my way or no way’.”

Niet rijk, wel geroemd
Later in het gesprek zal blijken dat hij niet rijk is geworden door zijn indrukwekkende loopbaan. Veel geld heeft Noël Van Den Heuvel niet overgehouden aan zijn carrière.
Noël: “ Ja, voor het geld moest je het niet doen. Nu ook nog niet, hoewel het wel is verbeterd. Maar Turken en Bulgaren die op dat WK in Sarajevo een medaille pakten, kunnen rekenen op een premie in hun thuisland van 25.000 euro. Als ònze jongens een medaille pakken, worden ze in de bloemetjes gezet. Maar we spelen mee op wereldvlak. Toen we aankwamen in Sarajevo was een van de eerste dingen die we te horen kregen: ‘Belgium? Small country, big fighters’. Intussen hebben we onze Olympische erkenning en we blijven eraan werken. Ja, wij zijn de grondleggers voor later. Maar ik heb in mijn tijd wel een groot stuk van de wereld gezien, heb overal gevochten. Dat nemen ze je ook niet meer af”.
Piet De Baets