Enkele weken geleden kwam het boek ‘East-Side never dies!’ uit, met heel wat aandacht in de media. Het boek brengt de geschiedenis van de harde kern voetbalsupporters van Club Brugge, de zogenaamde ’East-Side’.

Ives Boone, vaste correspondent van Taptoe, is de coauteur van het boek en gaf als ghostwriter het verhaal vorm. Iets meer dan een maand later zijn al meer dan 8.000 exemplaren van het boek verkocht en is het al toe aan een derde druk. Een onwaarschijnlijk succes. In de Standaard Top tien noteert het al enkele weken in de top 5 vóór Jeroen Meus en Sergio Herman. Het Meetjesland is naast Pascale Naessens opnieuw een bestsellerauteur rijker.
We hadden een onthullend gesprek met hem.

Notities van Hooligan
Taptoe: Hoe kwam je er eigenlijk toe om over dit vrij controversieel onderwerp te schrijven?

Ives: ‘Enkele jaren geleden, in 2013, werd ik hierover al gecontacteerd. Thierry Dodici, het pseudoniem van de medeauteur, toonde mij zijn notities die hij al jaren had bijgehouden over zijn belevenissen als hooligan bij de Brugse East-Side.
Hij vroeg mij of ik het zag zitten om op basis van zijn schrijfsels een boek te maken. Na een evaluatie heb ik hierin toegestemd en in de nazomer van 2014 ging ik aan de slag. Er werd wel overeengekomen dat Thierry als officiële auteur van het boek op de cover zou komen, terwijl ik op de achtergrond het tekstuele aspect van het boek op mij zou nemen, als zogenaamde coauteur of ghostwriter.
Ik had twee doelstellingen.
Eerst en vooral wilde ik tegemoet komen aan het verlangen van de Brugse harde kern om al hun belevenissen, vanaf eind jaren zeventig tot nu, in een boek te gieten. Maar ik wilde ook de gewone voetbalsupporter en zelfs de voetballeek laten kennismaken met deze toch wel intrigerende subcultuur binnen het voetbalwereldje. Thierry en ik waren het algauw eens dat zijn verhaal een te magere basis vormde voor een goed boek en dat we op zoek moesten naar getuigen, die het geheel sterker, vollediger en pittiger moesten maken.’

Taptoe: Het verhaal gaat zelfs terug tot in de seventies. Ik kan me voorstellen dat het heel wat opzoekzwerk vergt om alle verhalen uit die vijfendertig jaar terug te reconstrueren?

Ives: ‘Dat klopt, jammer genoeg zijn inmiddels al enkele hoofdfiguren uit de verhalen gestorven, zoals achteraan het boek te lezen valt. We zijn ervan uitgegaan dat elke getuigenis voor de volle honderd percent moest kloppen, en dus ook nog door anderen diende bevestigd te kunnen worden. Want dergelijk boek staat of valt met geloofwaardigheid. Leugens of grootspraak worden algauw doorprikt. In onze zoektocht naar getuigen doorkruisten we heel Vlaanderen, de Brugse harde kern rekruteert immers over het hele land, en alle verhalen werden voortdurend gecheckt, bijgeschaafd en bevestigd door meerdere personen. Het mag duidelijk zijn dat we bij de opmaak hulp kregen van tientallen mensen, die ons allemaal overlaadden met pittige anekdotes, tips en goede raad. Gedurende drie jaar hard werken werd gekneed en verbeterd tot het boek dat nu in de rekken ligt. Volgens mij zit elk verhaal, dat ertoe doet, uit die vijfendertig jaar ‘East - Side’ in het boek. Alles wordt vanuit de ik-vorm (Thierry) verteld.  Het gaat niet altijd over relverhalen, ook andere grappige momenten komen aan bod. Je hoeft geen voetbalfreak te zijn om het boek te lezen. Een leek zal evengoed meegesleept worden door de verhalen binnen deze wat aparte groep supporters’.

Taptoe: Je ordende de verhalen in twaalf hoofdstukken. Waarom?
 
Ives: ‘Twaalf heeft hier een symbolische betekenis omdat de Twaalfde Man, de supporter dus, de blijvende factor in het voetbalspel is. Zonder supporters geen voetbal. Ook Thierry heeft voor het cijfer twaalf gekozen voor zijn pseudoniem Dodici (noot redactie: = cijfer 12 in het Italiaans). Door die indeling wilde ik ook dat de lezer het overzicht bewaart en kan zien dat het hooliganisme tijdens die vijfendertig jaar een hele evolutie doormaakte. Eerst waren het vooral rockers, punkers en skinheads, die het fenomeen naar België brachten. Later kwamen de casuals, ze dragen merkkledij en niet de clubkleuren zoals de gewone voetbalfan. In de loop der tijden gebruikte de groep ook andere benamingen.

Taptoe: Hooligans zijn vechters en geen voetbalsupporters, denkt de massa.

Ives: ‘Ik wilde met dit boek komaf maken met dat vooroordeel. De jongens van de harde kern zijn wel degelijk ‘die hard’ Clubfans, die met Club Brugge opstaan en gaan slapen. Hooliganisme is trouwens geen synoniem van vandalisme, ook dat komt duidelijk tot uiting in ons boek. Er geldt binnen die subcultuur een belangrijk principe: ‘stand your ground.’ Wat wil zeggen dat ze opkomen voor hun stad, hun club, hun regio. Veel draait dus om territorium. De lezer zal trouwens merken dat er ook een grote onderlinge solidariteit binnen East- Side heerst. Wie in de problemen zit, wordt geholpen. Het boek geeft een naar Belgische normen nooit geziene inblik in de wereld van de hooligans.’

Info:
‘East-Side never dies!’, Uitgeverij Manteau, paperback, 368 pagina’s, 22,5 €,
(verkrijgbaar in de boekhandel).