Voor Roger De Vlaeminck, die in zijn hele fietsloopbaan, vanaf de jeugd tot bij de profs meer dan 500 wedstrijden won, in het veld, op de weg én op de piste, ligt nog een loopbaan als waarzegger weggelegd. Zeker als het om de koers gaat. We hadden met Roger drie dagen voor de Ronde van Vlaanderen en tien dagen voor Parijs-Roubaix een babbel over het wielervoorjaar. En waar kwam het betoog van Roger beknopt op neer? 1.Wout van Aert, actueel wereldkampioen veldrijden, bewijst dat deze discipline, met daarna uitslagen boeken op de weg, wel degelijk perfect te combineren zijn. 2. Dat hij Wout van Aert een top 10-plaats zag rijden in de Ronde en 3. dat Niki Terpstra zijn grootste favoriet was. En wat gebeurde? Niki Terpstra won alvast op indrukwekkende wijze de Ronde van Vlaanderen en werd derde in Roubaix, Wout van Aert werd negende in de Ronde en (na kettingproblemen) dertiende in Parijs-Roubaix. En wat zei Sven Nys over Wout van Aert? “Hij bewijst dat de combinatie veld en weg mogelijk is..”Aan de vooravond van de Ronde en van Parijs-Roubaix zijn niet alleen de favorieten in topvorm, ook Roger De Vlaeminck, met vier zeges nog altijd “Monsieur Paris-Roubaix”, steekt in blakende vorm. Hierna het volledige interview met de man, die we “het orakel van Kaprijke” zouden kunnen noemen.

 

“Zeveraar”, die Planckaert
Een paar keer per week gaat Roger (70) ‘s morgens een koffie drinken en een praatje maken in de cafetaria van de Huysmanshoeve in Eeklo. En ook biljarten (driebanden) staat een paar keer per week op zijn programma. Een ideale plek om een babbeltje te slaan met die eeuwige flapuit vol kwinkslagen en een soms gepeperde mening over collega’s en het milieu.
De Vlaeminck: “ Ik heb mij  best wel al geamuseerd dit wielerseizoen. Ik maak er geen geheim van: ik ben fan van Wout van Aert.” 
Een ‘monstertalent’ verklaarde Eddy Planckaert over van Aert, nadat die tiende was geworden in Gent-Wevelgem en hij ook in de andere voorjaarskoersen best indruk maakte. “Monstertalent? Dat is toch nen zeveraar dienen Planckaert”, schudt Roger het hoofd. “Maar talent heeft Wout zeker.  Ik zeg het al twee jaar. Maar ook dat hij veld en weg moet combineren. Waarom zou dat niet kunnen? Ik krijg er iets van, van die zogenaamde kenners die allemaal zeggen dat renners moeten kiezen tussen het veld of de weg. Wat ‘nen deij’ ! Ik combineerde niet alleen het veld én de weg, maar in de winter reed ik ook op de piste. Waarom zouden van Aert en Van der Poel ook niet eens op de piste een omnium tegen elkaar rijden? Wedden dat daar volk op af komt?” Als ge klasse hebt, kunt ge dat zeker combineren. Ik deed het, mijn broer Erik kon het, ook Rolf Wolfshohl (drie keer wereldkampioen in het veld en winnaar van de Ronde van Spanje in 1965, nvdr), en zelfs de vrouwen. Kijk naar de Nederlandse Marianne Vos, die veld, weg en piste combineert, en die andere, die Franse... Prévot, in 2015 wereldkampioene op de weg, in het veld en in het mountainbiken. 
 

Duel op de piste
Ik heb zelf nog op de piste gereden tegen mijn rivaal in het veld, Berten Van Damme. Ok, we werden er goed voor betaald, maar het was ook een manier van trainen. Waarom zouden van Aert en Van der Poel dat ook niet eens doen, een omnium* rijden? (*dit zijn verschillende proeven op de piste, zoals puntenkoers, achtervolging, enkele ronden tegen de tijd, nvdr). Wedden dat een hoop mensen dat komen zien? Trouwens, waar zitten ze, die mannen die enkele jaren geleden vonden dat veld en weg niet te combineren viel en dan maar voor de weg kozen? Hoeveel koersen heeft dienen Stybar al gewonnen? En hebt ge de laatste tijd nog iets gehoord van Lars Boom?”
 

Moe in het hoofd
Volgens Roger De Vlaeminck is het gewoon een kwestie van tijd vooraleer Mathieu van der Poel het voorbeeld van zijn grote concurrent en rivaal van Aert volgt. 
“Die zit nu zeker met grote ogen naar van Aert te kijken en te denken: ik kan dat ook”. 
Taptoe: Als de tenoren uit het veldrijden zich collectief op de weg storten, dreigt het veldrijden dan geen saaie bedoening te worden, met elke wedstrijd pakweg Eli Iserbyt tegen Laurens Sweeck? 
De Vlaeminck: “Helemaal niet, maar ze moeten blijven crossen natuurlijk, zowel van Aert als van der Poel. Dertig crossen per winter en 20 wedstrijden op de weg, dat kan toch geen probleem zijn? In 1975 won ik 48 wedstrijden op de weg en 12 crossen, eindigde ik 124 keer in de eerste tien, waarvan 20 keer tweede en 19 keer derde. Moe word je niet van koersen, weet je? Twee keer tien dagen rusten op een seizoen is genoeg. Als sporters moe zijn, is het in hun hoofd”.
 

Bijtrainen
In de meeste koersen op de weg die hij al reed, spaarde Van Aert zijn krachten niet en deed mee in de kop van de koers. Hij leek te woekeren met zijn inspanningen en zou, volgens kenners, al meer podiumplaatsen kunnen behaald hebben dan alleen in de Strade Bianche. 
De Vlaeminck: “Of hij niet slimmer moest koersen? Als hij ervan leert is dat goed. Hoeveel klasse je ook hebt en hoe oud je ook bent, je blijft domme dingen doen als renner. Dat is niet erg. Dat hij in die Italiaanse voorjaarskoers Strade Bianche over onverharde wegen in het zicht van de meet van zijn fiets valt met krampen... dat zal hem geen tweede keer meer overkomen ! Maar hij pakt het goed aan. Ik lees toch dat hij na een zware wedstrijd nog kilometers bijtraint. Dat is goed. In mijn tijd viel Gent-Wevelgem nog tussen de Ronde en Parijs-Roubaix. Na die wedstrijd trainde ik 120 kilometer bij, achter de auto. Dat is beter dan een massage. Het is simpel hoor: iedereen kan de afstand van Parijs-Roubaix (dit jaar 257 kilometer, nvdr) aan, als ge die afstand maar in de benen hebt. Maar als je alleen wedstrijden rijdt van 180 of 200 kilometer en niet bijtraint, en liever in de ploegbus kruipt voor een massage... ja, dan gaat dat niet, hé ?”
 

“Tegen Merckx, hé”
De Vlaeminck heeft zo zijn eigen mening over bepaalde collega’s. Bijvoorbeeld over Tiesj Benoot, die eerder dit seizoen die Strade Bianche won: “Hoeveel koersen heeft die jongen de voorbije drie jaar gewonnen? Eénen ! In mijn eerste jaar als beroepsrenner won ik er zeventien en meteen zelfs al mijn eerste als neoprof, de Omloop Het Volk. En pas op, dat was dan nog tegen Merckx, hé.” 
Voor ‘zijn’ wedstrijd’ tipte Monsieur Paris-Roubaix op Niki Terpstra als een der favorieten (hij werd derde, nvdr). “Pas op, een Lampaert kan die koers ook winnen, hé, als het een beetje mee zit. En ik zou ook graag Sep Van Marcke eens zien winnen. Of Van Avermaet en uiteraard Sagan. Dat is de beste van de wereld, heeft veruit de meeste klasse, maar heeft bijvoorbeeld tussen Gent-Wevelgem en de Ronde niet gekoerst. Op een homebike gereden bij zijn kinesiste? We zullen zien wat dat geeft. Al versta ik dat toch niet goed, hoor”. 
 

Voor altijd Monsieur Paris-Roubaix
Roger De Vlaeminck volgde voorbije zondag Parijs-Roubaix niet vanuit zijn zetel thuis. “Ik ben uitgenodigd op zo’n 30 kilometer van Roubaix, in een tent”, vertelt hij. Toegeven zal hij het niet, maar hij volgde de koers relaxter dan ooit. 
De Vlaeminck: “Van 2012 tot nog vorig jaar was er de telkens terugkerende vraag: zou Tom Boonen een vijfde zege boeken in de kasseienklassieker en mij zo onttronen als Monsieur Paris-Roubaix? Maar het lukte Boonen gelukkig niet. Na onze vier zeges bleven we allebei vijf seizoenen lang tevergeefs een vijfde zege najagen. Maar ik vind dat ik als enige de titel ‘Monsieur Paris-Roubaix’ verdien omdat ik meer podiumplaatsen versierde dan Tom. Ik reed deze wedstrijd 14 keer en moest alleen in 1980 opgeven. Ik werd 4 keer 1e, 4 keer 2e, 1 keer 3e, 1 keer 5e , 1 keer 6e en 2 keer 7e.”
In 1970 werd hij tweede, achter Merckx, op een respectabele 5’21” en zevende in 1971. De zege in de editie van 1972 was wellicht zijn mooiste. De koers werd in barslechte weersomstandigheden gereden: het was koud en het regende. In het Bos van Wallers reden 17 renners weg, na een zware valpartij waarbij o.a. Eddy Merckx betrokken was. Nadat Willy Van Malderghem en de Fransman Santy twee minuten waren uitgelopen, begon Roger aan zijn zegetocht. Hij liep de twee vluchters in en had twee minuten voorsprong op de piste. Ook in 1974 (toen al voor eeuwige rivaal Francesco Moser), in 1975 (voor die andere eeuwige rivaal Eddy Merckx) en in 1977 (voor Willy Teirlinck) won De Vlaeminck. Daarna, tot hij in 1982 zijn laatste kasseiklassieker reed, hield vooral pech hem van een vijfde zege.