Taptoe duikt de volgende weken even terug in het verleden en brengt in drie afleveringen het spannende verhaal van het proces Jespers terug in herinnering, een zaak die in 1977 maandenlang tot in het buitenland werd gevolgd. We zochten in oude archieven, haalden vergeten story’s terug van onder het stof, en reconstrueren de mogelijke achtergronden van dit ophefmakend proces dat in die tijd geheel België wekenlang op stelten zette. De roots van dit intrigerend verhaal leidden merkwaardigerwijze naar het Meetjesland en de toen veelbesproken maar nooit opgehelderde “Eeklose sleutelclub”, een geheime seksclub onder hoge heren en dames. Luiz De Baets, toen (in 2010) als 18-jarige pas gestart als student in de rechten in Gent, maakte deze reeks over het proces Jespers als jobstudent op de redactie van zijn papa, de uitgever van Taptoe. Hij had van Jespers nog nooit gehoord… Het werd het meest gelezen verhaal in de 47-jarige geschiedenis van Taptoe. Op herhaaldelijk verzoek publiceren we deze minireeks opnieuw.

Gent 20 februari 1977. Tijdens een nachtelijke routinecontrole door de toenmalige rijkswacht wordt een auto met een defect achterlicht tegengehouden. Aan het stuur zit een zekere Jacky Van Renterghem, Gentse garagist en klusjesman. De rijkswachters merken dat de man behoorlijk zenuwachtig is, terwijl dit toch enkel om een defect achterlicht gaat? Zij vinden dat verdacht en gaan over tot een grondige controle van het voertuig. Enkele ogenblikken later treffen ze in de koffer van de auto voor miljoenen Belgische franken aan juwelen, goud en aandelen aan. Van Renterghem wordt meteen aangehouden en de gerechtelijke molen komt op gang. Dit zal het begin inluiden van één van de meest ophefmakende processen in België van de afgelopen eeuw.

Guy ‘le beau’
Tijdens de ondervragingen van Van Renterghem klinkt steeds hallucinanter dezelfde naam: ‘Jespers’, een naam als een klok in Gentse sport-, pers- en justitiemiddens. Het Gents Justitiepaleis gonst weldra van de geruchten. 

Wie wàs die man?
Guy Jespers, de toenmalige mediagenieke jonge Gentse onderzoeksrechter, kende een glansrijke blitzcarrière. Hij was welstellend, geboren en telg van de Gentse ‘haute bourgeoisie’, sportief en knap, had succes bij de vrouwen en boekte het ene succes na het andere als magistraat. Tijdens assisenprocessen ging hij steeds zeer joviaal om met betrokkenen en journalisten, wat hem respect en veel vrienden opleverde. Hij bleef na het overlijden van zijn vrouw zijn twee zoontjes met veel liefde omringen en opvoeden.
Sinds kort had hij ook een nieuwe vriendin, de mooie en sympathieke Ghislaine Clincke uit Eeklo. Zijn kandidatuur voor benoeming tot ‘Procureur des Konings’, een rechterlijke en door velen geambieerde topfunctie, leek zoveel als rond. Het zou hem meteen tot de jongste procureur ooit in België maken. Een huzarenstukje dat hij mede te danken had aan zijn uitstekende connecties in Gentse liberale middens (hij was o.a. goed bevriend met oud minister Willy De Clercq). Maar op die dag, 20 februari 1977, de dag dat Van Renterghem werd aangehouden, bleek de zo rooskleurige wereld en toekomst van Guy Jespers plots in elkaar te stuiken.

Het net gesloten?
De waardevolle lading die in de autokoffer werd ontdekt, blijkt immers eigendom van het bejaard echtpaar Vandenhende-Ledoux, een bevriend gefortuneerd koppel uit de persoonlijke vriendenkring van onderzoeksrechter Jespers.
Nadat mevrouw Ledoux enkele weken eerder in haar appartement was overvallen, werd haar door Jespers aangeraden om al haar waardevolle bezittingen in een bankkluis onder te brengen, wat de dame ook deed.
Toen ze een paar dagen nadien haar kluis weer openmaakte, bleek alles verdwenen.
Twintig miljoen frank (500.000 €) aan juwelen, goud en effecten, hun hele fortuin…
Van Renterghem bekent dat hij dit samen met zijn baas, Luc De Cramer, heeft gestolen. De Cramer blijkt echter spoorloos verdwenen.
Samen met de buit wordt in Van Renterghems auto ook een map aangetroffen met daarop de naam van een hooggeplaatst magistraat. Het blijkt om Guy Jespers te gaan.
Een hoogst eigenaardige samenloop van omstandigheden. Jespers is immers al een tijd goede maatjes met De Cramer, die de onderzoeksrechter geregeld zijn afgelegen hoeve als geheim liefdesnestje aanbiedt. Heeft Jespers een en ander over het fortuin van het echtpaar Ledoux doorgegeven aan De Cramer, een louche type?

Is hij gechanteerd?
Het feit dat nota bene een onderzoeksrechter betrokken zou kunnen zijn bij een miljoenenroof, is vrijwel meteen nationaal voorpaginanieuws.
De Gentse procureur-generaal, als rechtstreekse overste van Jespers, legt nog dezelfde avond een verklaring af aan de verzamelde pers. Zonder te wachten op meer noodzakelijke en onweerlegbare bewijzen, verklaart hij het net rond Jespers voorbarig als “rond en gesloten”.
Wishful thinking of een welgekomen alibi bij een afrekening onder jaloerse collega’s?

Bezwarende aanklachten
Ondertussen legt Van Renterghem tijdens inmiddels intensieve ondervragingen enkele nieuwe bekentenissen en verklaringen af.
Hij beschuldigt Jespers niet alleen van overval en diefstal (Jespers zou volgens hem ook medeplichtig geweest zijn aan de miljoenenroof), maar ook van moordpoging en zelfs moord op diens eigen echtgenote ! De Cramer heeft zich ondertussen aangegeven bij de rijkswacht. Hij hoopt stiekem dat zijn vriend-onderzoeksrechter diens juridische macht en invloed zal aanwenden om hem te beschermen en snel weer vrij te krijgen.
Maar Jespers onderneemt niets van die aard. Als Jespers’ dagelijkse collega, mevr. Nicole De Wilde, ondertussen als onderzoeksrechter aangesteld om deze zaak zeer tegen haar zin onder haar hoede te nemen, aan De Cramer duidelijk maakt da hij geenszins moet rekenen op hulp van Jespers, verandert deze woedend radicaal van tactiek.
Hij legt plots enkele onthutsende verklaringen over Jespers, ‘de vriend die hem verraden heeft’ af.
Onderzoeksrechter De Wilde is - als mens en als magistraat – erg geschokt door wat ze hier hoort. Jespers is immers haar jarenlange collega met zijn kantoor al die tijd naast het hare! Maar zelf ziet ze zich verstrikt tussen ongeloof en plicht.
De volgende dag wordt Guy Jespers aangehouden. Het nieuws van de arrestatie verspreidt zich als een lopend vuurtje en haalt in slechts enkele uren de wereldpers. Jespers wordt beschuldigd van onder meer diefstal met geweld, moord en moordpoging op zijn inmiddels overleden vrouw Rosine De Sutter, valsheid in geschrifte en het onwettelijk bezitten van een vuurwapen.
Zelf ontkent hij hardnekkig en geschokt élke betrokkenheid bij al deze aanklachten. Hij zegt onschuldig te zijn en slachtoffer van slechte vrienden, geholpen door jaloerse collega’s.

Diefstalcombine ?
Volgens De Cramer’s verklaringen aan onderzoeksrechter Nicole De Wilde was Jespers betrokken bij de diefstal uit de bankkluis. Meer zelfs, Jespers zou hem niet alleen de opdracht daartoe gegeven hebben maar ook gezorgd hebben voor de sleutel én de cijfercombinatie van de kluis. De theorie van De Cramer leek erg plausibel.
Volgens De Cramer berustte alles op een ‘combine’ tussen Jespers en mevr. Ledoux, die op deze manier het fortuin van haar oude en zieke echtgenoot in handen wou krijgen.
Zijzelf zou op de idee van de roof gekomen zijn. Eenmaal de diefstal aangegeven zou de buit in het geheim terugkeren naar haar. Zij wou op die manier de successierechten op de erfenis van haar (op dat moment doodzieke) man omzeilen.
Jespers zou als beloning een deel van de buit krijgen. Menigeen stelde zich hierbij de vraag waarom Jespers, zelf zeer welstellend, een dergelijke misdaad zou begaan. Bovendien zette hij hierdoor zijn loopbaan én goede naam nodeloos op het spel.
Maar De Cramer had nog meer nieuws achter de mouw.

Moordpoging… ?
Het echtpaar Jespers had al een paar jaar kil naast elkaar geleefd. Voor de jonge kinderen hielden ze de schijn hoog. Beiden hadden ze een buitenechtelijke relatie. Jespers zou een tweetal jaar geleden aan De Cramer opgedragen hebben om een bom in de auto van zijn vrouw te plaatsen.
De aanslag vond plaats op 19 december 1975. Rosine ontsnapte nipt aan de gevolgen van de ontploffing en iedereen dacht dat het om een ongeluk ging. De verzekering van Jespers werd ingeschakeld.
De Cramer beweert achteraf dat hij de bom zodanig plaatste dat Rosine De Sutter nooit gewond kon geraken. Want naar eigen zeggen had hij Rosine zeer graag en wou door de bom te installeren enkel bekomen dat Jespers voldoende zou afgeschrikt zijn om nog verdere pogingen te ondernemen.
Op die manier minimaliseerde hij de aanslag en tezelfdertijd zijn aandeel in de affaire, allicht in de hoop straffeloos uit een eventueel later proces te kunnen komen.

...of ongeval ?
Een rijkswachter getuigt later op dat proces dat mevr. De Sutter inderdaad veel geluk heeft gehad. Bij het ontploffen van de bom had ze de auto net gestart en was nog met open portier aan het manoeuvreren. Had ze op dat moment in een normale positie achter het stuur gezeten, dan had ze het misschien niet meer kunnen navertellen, want bij de ontploffing was er naast haar een grote scherf dwarsdoor de passagierszetel gevlogen.
Jespers blijft de feiten afdoen als een ongeval, hooguit misschien een aanslag op zichzelf van een door hem veroordeelde misdadiger ?
Alleen zijn (met hem in onmin levende) schoonouders zullen later als bijna enigen getuigen dat ze altijd al zijn hand in deze moordpoging hebben gezien.

Bekentenis
In een 25 jaar later interview met Canvas benadrukt De Cramer stellig dat hij het verhaal niét verzonnen heeft. Toch doet hij een verbazende onthulling voor de cameralens.
Hij beweert dat Rosine De Sutter op de hóógte was van de bomaanslag die hij moest beramen. Rosine zou geweten hebben dat ze zich op een afgesproken tijdstip niet in haar auto mocht bevinden, omdat er op dat moment een bom in het voertuig zou ontploffen.
Had hij deze verklaring echter tijdens zijn proces gedaan, dan was hij wellicht de zware beschuldiging van ‘moordpoging’ ontsprongen, nu het slachtoffer op de hoogte was van én akkoord ging met de aanslag. Wist De Cramer na al die jaren niet meer hoe de vork precies in de steel zat? Of gaat het hier om een fabel van de man die – zonder concrete bewijzen te kunnen voorleggen – zijn vriend –onderzoeksrechter in de cel wou praten?
Later zou uitlekken dat de ‘bomauto’ pas jaren later, na een lang en ongecontroleerd verblijf op een autokerkhof in Blankenberge, voor het eerst op sporen werd onderzocht en pas een week vóór het proces werd opgehaald om in de gerechtszaal als een imponerend bewijsstuk te figureren.

(Luiz De Baets)